|
Trouw 16 augustus 2010 door Anthony Fiumata Onderstroom thema gered GrachtenfestivalIedere zomer vinden in het Grachtenfestival - als opening van het klassieke muziekseizoen -een week lang concerten plaats. Aanbeland bij de dertiende editie klinken er 150 concerten, zoals altijd op allerlei binnen- en buitenlocaties in Amsterdam. Bovendien zijn er architectuurrondvaarten, monumentenwandelingen, een concours en natuurlijk het traditionele Prinsengrachtconcert - allemaal voor een publiek van tussen de 50.000 en 70.000 bezoekers. Het had niet veel gescheeld of het Grachtenfestival zou kopje onder zijn gegaan. Afgelopen jaar vielen belangrijke sponsors weg en dientengevolge werd het personeel ontslagen en het kantoor gesloten. Maar uiteindelijk kon de dertiende editie dit jaar toch doorgang vinden, omdat een aantal geldschieters op het nippertje bereid was het festival te steunen: In april meldde het SNS Reaalfonds zich als hoofdsponsor. Met het thema 'OnderStroom' maakt het Grachtenfestival deze week een doorstart: onderstroom omdat veel concerten op het Amsterdamse water plaatsvinden en omdat het festijn tegen de stroom in blijft bestaan. Oud-directeur Alma Netten wilde al voor de onheilstijdingen stoppen, gaf het stokje door aan Lidy klein Gunnewiek, maar bleef zelf meezoeken naar sponsors. Dit jaar kent het festival weer een breed programma voor een even breed publiek, met bijvoorbeeld de Kwartetserie en Windkracht 12, waarin jong talent zich presenteert. Zaterdagavond vond de opening plaats in een propvol Felix Meritis, 'het kloppende hart van het Grachtenfestival dit jaar'. In samenwerking met het jongtalentraject Resident Artist Programme van de Nationale Reisopera, was gekozen voor de kameropera 'The Lighthouse' (1980) van Sir Peter Maxwell Davies. "The Lighthouse' is gebaseerd op het waar gebeurde verhaal over drie vuurtorenwachters op een afgelegen Schots eiland, die bij aflossing op mysterieuze wijze spoorloos verdwenen blijken te zijn. In een eenvoudig decor legde de jonge Amerikaanse regisseur Timothy Nelson de nadruk op de psychologie tussen de drie mannen. 'Het beest' dat in de tweede acte de kop opsteekt komt bij hem niet van buiten, maar uit de vuurtorenwachters zelf. Die innerlijke angst en verscheurdheid komt voor een belangrijk deel ook uit Davies' muziek: het goed spelende all-stars Grachtenfestivalorkest zat onder de jonge, accurate dirigent Jonathan Berman bovenop die hysterie. Met onrustig slagwerk, insectachtig gitaargetokkel, griezelige strijkerseffecten en een stekelige ensembleklank, was "The Lighthouse' dertig jaar na de première niet bepaald zoete koek. De drie zangers (in totaal zes rollen) wisten de duimschroeven van die modernistische 'Angst' spannend aan te draaien in de anderhalf uur durende voorstelling. De vuurtoren werd gesuggereerd door een rondom de zangers opgehangen gaasdoek, met projecties van wolken en meeuwen. Maar ook die beschutting viel al snel weg in de dichte mist met zijn zoeklichten. Hoogtepunt waren de liedjes om er zogenaamd de moed in te houden. De acrobatische bariton Kris Belligh zong iets met een banjo; de diepgelovige bas John Molloy een plechtige Leger-des-Heils-hymne; en de karaktervolle Richard Rowe een mooie salonballade. Maar toen die liedjes stuk voor stuk ontspoorden, voelde je dat ze zelfs in de vuurtoren wisten: dit loopt fou taf. |
|
|---|---|