twitter hyves facebook
  Language
  in English
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
Telegraaf recensie
 
- +

Telegraaf

28 september 2009

door Eddie Vetter

Gejuich voor Enschedese Ring

Meteen nadat het doek was gevallen, steeg er een luid gejuich op in het Enschedese Muziekkwartier. Begrijpelijk. De nieuwe productie van Das Rheingold is een veelbelovend begin van een avontuur dat vier jaar zal duren. De Nationale Reisopera zal elk seizoen openen met een volgende aflevering uit Wagners vierdelige Ring des Nibelungen.

De regisseur Antony McDonald, die ook decors en kostuums heeft ontworpen, laat zien dat onbevangen niet hetzelfde hoeft te zijn als onbenullig. Hij onderwerpt het epos over macht en liefde niet aan een dwingend concept, niet aan een pretentieuze portie doemdenken over milieu en klassenstrijd. Bij hem is de Ring ook geen tijdloos mythisch ritueel, zoals in de productie van de Nederlandse Opera.

McDonald probeert het verhaal zo duidelijk en beeldend mogelijk te vertellen, waarbij hij nogal eens appelleert aan de kinderfantasie. De Rheintochter, die het goud van de Rijn moeten bewaken, dansen rond op een gekapseisde en gezonken boot. Het goud wordt door de gnoom Alberich geroofd in een poppenwagen. De dondergod Donner draagt hetzelfde matrozenpakje als Siegfried in de oude productie van Kirchner (Bayreuth 1994). De dwergslaven die in Nibelheim het goud smeden, worden gespeeld door echte kinderen. Wanneer de aardgodin Erda de oppergod Wotan waarschuwt voor het einde der tijden, gaat ze vergezeld van drie meisjes die zo uit The Sound of Music lijken te zijn weg gestapt.

De goden bivakkeren als een ontheemde familie op een perron, met op de achtergrond een berglandschap. Hoog daarin troont het Walhalla, hun nieuwe verblijf. Het lijkt verdacht veel op het Festspielhaus in Bayreuth, waar Wagner zijn eigen dromen heeft gerealiseerd. Als aan het eind van Das Rheingold de goden over een regenboog de burcht betreden, verschijnen er in laserprojecties een achtbaan en een reuzenrad. Een pretpark als paradijs.

Ondertussen komt de muziek allerminst kinderlijk tot klinken. Ed Spanjaard heeft wonderen verricht met het Orkest van het Oosten in de idea-le akoestiek van het Muziekkwartier, dat zo niet door Wagner zelf, dan toch door diens achterneefje lijkt te zijn gebouwd. Prachtig transparant en toch bij vlagen vervoerend, vlot en toch met de nodige diepgang, met een grote span-ningsboog over de 140 minuten zonder pauze: het is een overweldigende prestatie van het orkest en vooral van een musicus die wel de meest onderschatte dirigent van Nederland moet worden genoemd.

Buitengewoon genuanceerd stemt Spanjaard timbre en volume van het orkest af op de zangers, die zonder uitzondering goed gecast zijn. Harry Peeters (Wotan) is gezegend met een voorbeeldige dictie in een even menselijke als sterke interpretatie. Erin Caves heeft voldoende stem en toneelpersoonlijkheid voor de slimme halfgod Loge. Nicholas Folwell zou op demonische momenten wat strakker mogen zingen, maar overtuigt toch als de rancuneuze Alberich. Imposant is het korte optreden van Ceri Williams als Erda. Philippe Kahn en Gregory Frank voldoen als de reuzen Fasolt en Fafner.

Een hele stoet Nederlandse zangers maakt zijn opwachting in kleinere rollen. Machteld Baumans en Andre Post zijn aan de lichte kant voor Freia en Froh, maar ze weren

zich voortreffelijk. Thomas Oliemans is zelfs een openbaring als een in de slotscène krachtige Donner. Hanneke de Wit, Marjolein Niels en Connne Romijn vormen een fraai trio als de Rheintöchter.

De grootste moeilijkheden wachten in de volgende episodes van de Ring, maar dit Rheingold is al een geweldige prestatie van de Nationale Reisopera, de reis naar Enschede zonder meer waard.