|
Het Parool 18 september 2009 door Erik Voermans 'Ik dacht nooit: Den Ring muss ich haben'Dirigent Ed Spanjaard begint morgen bij de Nationale Reisopera aan Das Rheingold, deel een van Wagners Der Ring des Nibelungen, die hij in 2013 in zijn geheel zal dirigeren. 'Dat antisemitisme - ik kan er niets mee aanvangen.' Er zijn in Nederland weinig dirigenten met meer Wagner-ervaring dan Ed Spanjaard. Toch dirigeerde hij tot dusver slechts een van diens opera's: Der fliegende Hollander. Maar Spanjaards leerjaren zijn volledig doordesemd van de grote Duitse gifmenger, zoals Debussy Wagner ooit noemde. Al in de jaren zeventig werkte Spanjaard als souffleur in Covent Garden bij Tannhäuser, gedirigeerd door Colin Davis. "Jessye Norman maakte daar toen haar Europese debuut," zegt Spanjaard in zijn Amsterdamse woning, waar hij zich na een struikelpartij op zijn balkon strompelend voortbeweegt - middenvoetsbeentje gebroken; linkerbeen tot over de kuit in blauw gips. Daarna werkte hij als assistent van Davis in Covent Garden aan Der Ring des Nibelungen ('de enscenering van Gotz Friedrich') en later ook jaren als assistent-dirigent in Bayreuth, onder meer onder Georg Solti, aan de Ring. En hij heeft in Das Rheingold nog op de aambeelden geslagen toen het Bayreuther orkest onder leiding stond van Pierre Boulez, in de legendarische productie van Patrice Chereau. "Solti heeft me in 1983 - hij was er helaas slechts een jaar - in Bayreuth als een jiddische vader over me ontfermd. Ik assisteerde hem in Das Rheingold en Götterdämmerung. Hij had van Richard Strauss geleerd de assistent zo nu en dan het orkest te laten dirigeren, opdat hij in de zaal kon luisteren. Keer op keer zei Solti tegen mij dat ik de Grabe in moest in Bayreuth. Dat waren geweldige ervaringen. Mooi was de keer dat ik Hildegard Behrens mocht dirigeren toen ze voor de allereerste keer het Schlussgesang in de Götterdämerung zong. Ik heb het zelfs nog ergens op een bandje staan, compleet met Wolfgang Wagner en Solti die er doorheen staan te discussiëren." En dan is het nu eindelijk de beurt aan Spanjaard zelf. Al zijn ervaringen met het stuk ten spijt had hij nooit het gevoel: Den Ring muss ich haben. Nee, zegt Spanjaard. "Ik ben met zo n uitstippelaar. Maar er is geen stuk waaraan ik zo veel heb gewerkt, muzikaal en tekstueel. Ik ken het grootste deel denk ik wel uit het hoofd." En ineens kreeg hij bij de Nationale Reisopera de kans, toen Jaap van Zweden wegens tijdgebrek de opdracht moest teruggeven. Guus Mostart, intendant van de Reisopera, en in 1983 ook van de partij in Bayreuth, als assistent van regisseur Peter Hall, dacht onmiddellijk aan Spanjaard. "Het is een enorm genoegen nu vast te stellen dat de lont die al vele jaren aan het sissen en smeulen was, nu dan eindelijk zijn doel heeft bereikt," zegt Spanjaard. Zaterdag begint hij met het eerste deel van de Ring, Das Rheingold. Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung komen in de seizoenen erna. In het Wagnerjaar 2013 (hij werd in 1813 geboren) volgt dan de gehele cyclus, waarmee de Nationale Reisopera overigens niet op reis gaat. Wie Spanjaards Ring wil horen, zal naar het nieuwe Muziek-kwartier in Enschede moeten komen. "Das Rheingold is een intrigerend stuk. Wagner doet er meesterlijke dingen in waar hij later niet meer op terugkomt. En er zitten bijna geen ensembles in, terwijl het in de voorafgaande opera's nog wemelt van de samenzang. En er is geen partituur waarin zo veel licht georkestreerd materiaal zit als in Das Rheingold. Het is alleen jammer dat geen echte Urtext van de partituur bestaat. En weet je waarom? Omdat het manuscript in 1939 aan de Führer is geschonken, op zijn vijftigste verjaardag. En verloren is gegaan." In zijn jeugd heeft Spanjaard weinig Wagner gehoord. "In ons huis klonk die muziek niet. Mijn moeder, die een concentratiekamp had overleefd, had het altijd over de Wach-nerkade, in Heemstede. Terwijl ze natuurlijk heel goed Duits sprak. Mijn ouders leefden mee met mijn loopbaan. Dus toen ik me met Wagner bezighield en voor de derde keer in Bayreuth was, heb ik m'n moeder een keer uitgenodigd. Ze kreeg zware psychosomatische reacties, maar kon er toch wel van genieten." Ter voorbereiding las Spanjaard onlangs Wagners beruchte publicatie Das Judentum in der Musik, 'omdat je er niet omheen kunt'. "Het is wanstaltig. Hij maakt Joden bespottelijk en richt zich vooral op Mendelssohn, Heine en Meyerbeer, met wie hij in zijn vroege Parijse tijd veel contact had en wie hij ooit nota schreef: 'Ich bin Ihr Sklave.' En ook Heine en Mendelssohn hebben hem zwaar beïnvloed. De slotsom is dat alles wat hem in zijn loopbaan niet voor de wind is gegaan, aan de Joden moest worden toegeschreven. Het heeft allemaal alleen geen enkel fundament, en dat maakt het zo walgelijk. Maar ja, als je dan in de partituur kijkt en je ziet al die lucide dingen staan, met een subtiliteit en een verfijning, dan blijft dat toch een onmogelijk contrast." "Toen ik Das judentum in der Musik had gelezen, heb ik een mapje gemaakt dat ik een paar dagen bij me droeg. Als tegengif. Daarin zat een heel hartelijke nieuwjaarswens van Wolfgang Wagner, het persoonsbewijs van mijn vader uit de oorlog, met een vette J erop, en ansichtkaart uit Auschwitz-Birkenau naar haar vader, met een gecensureerde tekst, met het gruwelijke zinnetje Wir arbeiten fleissig. En na die paar dagen heb ik geconcludeerd: met dat antisemitisme kan ik helemaal niets zinnigs beginnen. Ik moet gewoon verder, aan de slag. |
|
|---|---|