|
Francis Poulenc (1899-1963) La voix humaineTragédie lyrique en un acte (1959) Maurice Ravel (1875-1937) L’heure espagnoleComédie-musicale en un acte (1911) Hoewel Ravel maar twee opera’s schreef (L’heure espagnole en L’enfant et les sortilèges) zijn deze twee meesterwerken genoeg om hem een plaats te geven temidden van de grote meesters van dit genre. De partituur van L’heure espagnole werd al in 1907 voltooid maar het duurde nog vier jaar voor de opera zijn première kon beleven, omdat de directie van de eerbiedwaardige Parijse Opéra terugdeinsde voor de vrijmoedigheid in dat wat zij bestempelde als een ‘erotisch werk’. Concepción, de even aantrekkelijke als frivole echtgenote van de klokkenmaker Torquemada neemt de gelegenheid te baat om tijdens de afwezigheid van haar man voor zaken buitenshuis, haar minnaar Gonzalve te ontvangen. Juist op dat moment stoort Ramiro, een onaangekondigde klant, dit rendez-vous en Gonzalve moet zich in een staande klok verstoppen. Vervolgens verschijnen er nog meer klokkenliefhebbers die hun toevlucht in een uurwerk nemen. Concepción laat de ezeldrijver Ramiro de klokken met inhoud heen en weer slepen. De aanblik van de oersterke bezoeker roept sterke gevoelens bij haar op... ‘Ik droomde al lang van een komische compositie. Het moderne orkest lijkt mij bij uitstek geschikt om de grappige wendingen te laten horen en te onderstrepen. Deze moderne klucht werd precies dát wat mij voor ogen stond’, aldus Ravel. En inderdaad, het wonder van L’heure espagnole voltrekt zich met name in het orkest. Het schitterende vuurwerk aan kleuren dat zich al meteen in de eerste maten van de partituur ontvouwt kon uitsluitend door Ravel gecomponeerd worden. De ‘pornografische opera’ verdween al na een paar voorstellingen van het speelplan en kreeg pas na de Eerste Wereldoorlog de status die hij werkelijk verdient: die van meesterwerk, niet alleen binnen het oeuvre van Ravel, maar in het héle operagenre. ‘Wij praten en praten en denken er niet aan dat we daarna moeten zwijgen, moeten ophangen en in de leegte zullen terugvallen…’ La voix humaine toont ons het (denkbeeldige?) telefoongesprek van een vrouw met de man die haar zojuist heeft verlaten en die haar aan het einde van het gesprek nog veel definitiever zal verlaten, met – waarschijnlijk – fatale gevolgen. De muzikale versie van de beroemde eenakter van Jean Cocteau uit 1930 is een meeslepend werk. Het is een uiterst diepgaand psychologisch en ontroerend monodrama dat in 1959 werd geschreven door Francis Poulenc, voormalig lid van de zogenaamde ‘Groupe des Six’, de groep kunstenaars die na de Eerste Wereldoorlog het nog altijd naar romantische werken hunkerende Parijse publiek deed opschrikken en in aanraking bracht met het moderne theater. Dat gezegd hebbende is de muziek van Poulenc, in weerwil van alle verworvenheden van de avant-garde, onverholen schatplichtig aan de meeslepende klanken van Debussy en Puccini. Hij nam zelfs niet de moeite om, zoals Cocteau dat voorschreef, het romantische ideaal in een moderne gedaante te presenteren. De muziek La voix humaine spreekt direct tot het hart. |
|
|---|---|

