|
De Volkskrant 9 november 2010 Door Bela Lutmer Don Pasquale van Nationale Reisopera mist visieOok de wonderschone muziek van Donizetti moet het ontgelden in deze uitvoering. Donizetti's opera Don Pasquale in de regie van Wim Trompert begint met een aardig idee. Terwijl het Orkest van het Oosten de ouverture inzet, zit een gezelschap van zelfbewuste, welgestelde ouderen op het podium, het gezicht richting zaal. Je herkent de sisser, die bij iedere beweging van zijn buur geïrriteerd laat weten hoe het met de mores in de concertzaal gesteld is. Je herkent de expert, in trance zijn eigen denkbeeldige orkest dirigerend, en de outsider die lekker zit te roddelfluisteren en zich van de kwade koppen rondom hem niets aantrekt. Het beeld is vooral treffend omdat het het thema van de opera (rijke, oude Pasquale speelt de baas over zijn neefje Ernesto en wordt met hulp van dokter Hoofdpijn en de lieflijke Norina flink te grazen genomen) rechtstreeks naar de vaak net zo oude toeschouwer kaatst. Jammer dat Don Pasquale direct na die veelbelovende start verzandt in een voorstelling die visie mist en die niet te rijmen valt met de uitstekende naam die de Nationale Reisopera in de afgelopen jaren heeft opgebouwd. Het toneel, volgestouwd met een heel regiment felrode stoeltjes en lukraak geplaatste lampenkappen, werkt remmend voor de zangers die om al die obstakels heen moeten bewegen. Ze krijgen pas wat flair als in de laatste akte de stoelen zijn opgeruimd en het luxe bejaardenressort is veranderd in een inrichting van het naargeestigste soort. De oudjes, Don Pasquale voorop, zijn dan zonder enige aanleiding getransformeerd in een horde psychiatrische patiënten. Ook Donizetti's wonderschone muziek moet het ontgelden. De Britse dirigent Jeremy Carnall loodst het orkest nog redelijk door de partituur maar de Chinese Zhang Huiyong werkt in de grote rol van Norina, vriendin van Ernesto en schijnpartner van Pasquale, als een gruwelijk valse stoorzender. De jonge Finse tenor Tuomas Katajala (Ernesto) heeft onmiskenbaar talent, maar kan zijn rol technisch niet aan. De bariton Quirijn de Lang (Dottor Malatesta) en Carmelo Corrado Caruso (Don Pasquale) zijn een pleister op een veel te grote wonde. |
|
|---|---|