Twitter Facebook YouTube
  Language/Sprache
  in English
  auf Deutsch
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
Recensie Telegraaf
 
- +

Telegraaf

8 november 2010

Door Eddie Vetter

DON PASQUALE IN BEJAARDENHUIS

Na de hoge toppen van Die Walküre zoekt de Nationale Reisopera weer het dal op met een nieuwe productie van Don Pasquale. Deze komische opera van Donizetti krijgt hier opeens een tragische

strekking: aftakeling door ouderdom en vervreemding van de omgeving.

Het verhaal volgt een eeuwenoud Italiaans recept. Don Pasquale dreigt op hoge leeftijd te gaan trouwen. Neef Ernesto vreest dan de erfenis mis te lopen. Zijn geliefde Norina neemt de plaats van de jonge bruid in en maakt de oude man het leven zo zuur dat deze aan het eind op zijn schreden terugkeert.

In de regie van Wim Trompert speelt het verhaal zich af in een bejaardenhuis dat oogt als Casa Verdi, het rusthuis voor musici op leeftijd in Milaan. Naarmate de vervreemding toeslaat, verandert dit in een gekkenhuis. Bij Trompert wordt het toneel voortdurend bevolkt door koorleden en figuranten die daar in het libretto niets te zoeken hebben. Oudjes die mal doen, een irritant aanwezige directrice, verplegers: ze leiden af van de kern, de subtiele relaties tussen de vier hoofdpersonen, die hier vlakke karikaturen blijven.

In de sfeer ontbreekt de 'italianita' die Donizetti zo onweerstaanbaar kan maken, een combinatie van heldere lijnen, licht ontvlambare emoties, plotseling als uit het niets opkomende warme gevoelens, sentimentaliteit, een laconieke houding tegenover het leven en een mediterrane luchtigheid die in noordelijke regionen maar al te vaak omslaat in boerse kluchtigheid of, zoals hier, in quasi diepzinnigheid.

Ook de muzikale uitvoering schiet ernaast. Het Orkest van het Oosten doet zijn best, de dirigent Jeremy Carnall probeert vaart in de voorstellingen te brengen, maar ze razen over de meeste details heen. Don Pasquale werkt pas wanneer de partituur als kamermuziek wordt behandeld in een fijne afstemming met het ensemblewerk van de zangers. Hier laat de coördinatie tussen toneel en orkestbak nog veel te wensen over. De Chinese sopraan Zhang Huiyong (Norina) is door premièrezenuwen chronisch van de wijs. Naast haar heeft de Finse tenor Tuomas Katajala (Ernesto) een aardige stem. Nu nog stijl en techniek. Zouden deze twee ooit hebben geluisterd naar echte Italiaanse zangers, zoals Schipa, Gigli en Galli-Curci? Er is werkelijk geen Italiaanse toon bij. Veel beter vergaat het de vlot acterende Quirijn de Lang (Malatesta) en de Italiaanse bariton Carmelo Corrado Caruso (Don Pasquale), die overigens nogal eens in de clinch ligt met de dirigent. Misschien mag je van de Nationale Reisopera met dat beperkte budget niet meer verwachten dan een provinciaal gemiddelde, maar juist dit gezelschap heeft aangetoond dat het daar ver boven kan uitstijgen.