|
Trouw 15 mei 2010 door Seije Slager Een mozaïek van verwoeste levens'Wake', een opera ter nagedachtenis van de vuurwerkramp in Enschede, gaat over verlies. Overledenen krijgen een eigen stem die aan het eind tot een eensluidend koor worden omgesmeed. De dood als grote gelijkmaker. Muziek kan als weinig andere kunstvormen vertroosten. Maar kan muziek uit zichzelf ook rouw uitdrukken? Het is een oude discussie, die weer actueel wordt bij de première van 'Wake', een opera gecomponeerd ter nagedachtenis aan de vuurwerkramp in Enschede. Vaak zegt men Stravinsky na, die vond dat muziek niets anders kan uitdrukken dan zichzelf. Wat we er verder bij voelen is projectie, of wordt ons ingegeven door de gezongen tekst. De Franse filosoof Vladimir Jankelevitch sprak hem niet direct tegen, maar kwam uit op een diepzinniger beeld: muziek is net als het orakel van Delphi, zei hij. Het orakel spreekt niet en bedekt ook niet, maar geeft tekenen. Een componist als Steve Reich lijkt zich aan het andere uiterste van het spectrum te bevinden. Voor zijn magnum opus 'Different Trains' samplede hij citaten van Holocaust-overlevenden, en liet de intonatie daarvan de melodie van zijn compositie bepalen; de muziek van Reich weigert om abstract te zijn, en wil zich engageren. Momenteel werkt hij volgens een vergelijkbaar procedé aan een stuk ter nagedachtenis aan 9/11. In Enschede bestond enige huiver dat Wake zo letterlijk aan het gebeurde zou refereren. Dat zou ongepast effectbejag zijn, viel hier en daar te horen. Maar ook componist Klaas de Vries mikte niet op een 'vuurwerkopera'. Een stuk over verlies in het algemeen, moest het worden. De Vries strikte de Engelse schrijver David Mitchell voor het libretto. Mitchell maakte naam met romans als 'Ghostwritten' en 'Cloud Atlas', waarin hij virtuoos verschillende verhaallijnen en personages door elkaar weeft. Voor Wake ging hij op eenzelfde, mozaïekachtige manier aan de slag. De opera is gesitueerd in negen appartementen in een flat, waar zich allerlei levens afspelen, die later op die dag zullen eindigen door een niet nader gespecificeerde ramp. Een echtpaar kibbelt, terwijl hun zoon zit te gamen, een architect wordt afgeleid door zijn djembe spelende buurmeisje, een homostel kijkt naar een voetbalwedstrijd. De taferelen ontroeren in hun alledaagsheid, omdat je weet wat er gaat komen. De vergelijking met Maria Dermout dringt zich op, die ooit schreef over de 'tienduizend dingen' die je je van een overledene herinnert: zowel de grote als de triviale gebeurtenissen. Daarbij moet wel aangetekend worden dat Mitchells aanpak in deze opera iets minder goed tot zijn recht komt dan in zijn boeken. Hij is er een meester in om voor elk personage een eigen herkenbare stem te bedenken. Maar door de snelle scènewisselingen en de onmogelijkheid om 'terug te bladeren' raak je soms de draad kwijt, en worden de vele stemmen een kakofonie. En als in het vierde bedrijf de overledenen en de overlevenden met elkaar in gesprek gaan, ligt de sentimentaliteit op de loer: niet alle acteurs en zangers slagen erin om die helemaal buiten de deur te houden. Klaas de Vries stelt zich als componist dienstbaar op. Als een verliefd stel telefoneert, is de muziek zwierig en zenuwachtig, als een lexicografe zich aan haar bureau op een definitie concentreert, klinkt een streng, cerebraal tapijt van strijkers. Doordat zowel librettist als componist zo eclectisch te werk gaat, mist Wake soms wel wat eenheid. De 'appartementscènes' spelen zich in het tweede bedrijf af, het hart van de opera. De terloopsheid ervan contrasteert met het pathos van het -wel heel mooie - requiem dat eraan voorafgaat. Het derde bedrijf is dan weer een elektronische compositie, met gesproken teksten. Toch komt Wake op het laatst tot een mooie conclusie. De eerder nog zo verschillende stemmen van de overledenen worden door De Vries tot een eensluidend koor omgesmeed: de dood als grote gelijkmaker. Het is misschien geen muziek die geheel autonoom iets uitdrukt, maar wel muziek die een eigen laag toevoegt aan de begeleidende tekst, en daardoor betekenisvol is. Seije Slager |
|
|---|---|