|
Parool 22 mei 2010 door Erik Voermans Abstract medicijn voor slachtoffers vuurwerkrampComponist Klaas de Vries kreeg van de gemeente Enschede en de aldaar gevestigde Nationale Reisopera een mooie, maar lastige opdracht: schrijf tien jaar na de vuurwerkramp, waarbij 23 doden vielen, bijna duizend mensen gewond raakten en tweehonderd huizen in de as werden gelegd, een opera die een bijdrage zou kunnen leveren aan de collectieve verwerking van het drama. De Vries en zijn librettist David Mitchell kwamen met Wake, een opera van anderhalf uur in vier aktes over negen mensen zoals u en ik, met allemaal hun eigen persoonlijke tragiek, die niemand een mallemoer aangaat. Directe verwijzingen naar de vuurwerkramp zijn er niet. De Vries heeft de aanleiding gesublimeerd en geabstraheerd en het resultaat is soms van een betoverende schoonheid. De voorstellingen in het Enschedese Nationaal Muziekkwartier werden zeer goed bezocht. Zelfs op een dinsdagavond in de provincie, zat de zaal goed vol. Dat mag je aangenaam verrassend noemen, want De Vries schrijft in een atonaal idioom en hij maakt geen knieval naar toegankelijk neo-populisme. Wake valt uiteen in vier delen, die ook stilistisch verschillen. Deel 1 heet Requiem, maar behalve de regels Dona eis pacem (geef hem vrede) en Et lux perpetuas luceat eis (en moge het eeuwige licht op hen schijnen) komen er geen regels uit de gregoriaanse dodenmis in voor. In plaats daarvan gebruikten De Vries en Mitchell zinnen uit de Klaagliederen van Jeremia, waarin de verwoesting van de stad Jeruzalem wordt beweend. Er is een prominente rol voor het koor. De muziek woedt en striemt hier. In akte twee maken we kennis met de negen protagonisten, voortreffelijk door de zangers neergezet in een zinnenprikkelend decor, met op het achterdoek videoprojecties van negen huiskamers waarin de personages ook te zien zijn. Sterk is bijvoorbeeld de Israëlische coloratuursopraan Keren Motseri in de rol van Vita, maar alle zangers zijn volledig overtuigend in de weer. Net als in zijn vorige grote opera A king, riding overtuigt De Vries op zijn beurt het meest op de intiemere, verstildere momenten. De momenten waarop de muziek raast en tiert voegen per saldo niets toe aan alles wat er in deze stijl al is gemaakt, maar bij lagere dynamische sterktegraden weet De Vries werkelijk te evoceren. Daar is de muziek diep en troostrijk, en vaak ook, bij gebrek aan een beter woord, gewoon 'mooi'. In akte drie zorgde componist Rene Uijlenhoet voor de prachtige elektronische muziek die de (niet nader gepreciseerde) catastrofe verklankt. Het toneelbeeld gaat op zwart en daarna verschijnen de negen personages en wordt er een kwartier lang uitsluitend gesproken. Dit contrapunt van spreekstemmen met sobere muziek eronder is bijzonder fraai. Maar het hoogtepunt is het vierde bedrijf, waarin een heel elementair structuurmiddel, een pendelende terts, wordt uitgebouwd tot een veelstemmige koorapotheose, die culmineert in een hoopvol twaalftoonsakkoord. Hierna kan het leven van de personages - en dat van de toehoorders weer alle kanten op. Wake is dinsdag te zien in de Stadsschouwburg, waar het Orkest van het Oosten onder leiding van Reinbert de Leeuw de opera andermaal met hart en ziel zal verdedigen. |
|
|---|---|