|
Dagblad Trouw 22 maart 2010 door Kees Arntzen Kwieke Assepoester in achttiende eeuwse sfeerHet werk zelf dateert uit 1817, maar alles in de sprookjesopera La Cenerentola (Assepoester) van Rossini verwijst naar de Oude Tijd, het feodale tijdperk van voor de Franse Revolutie. In zijn debuut bij de Nationale Reisopera toont regisseur Michiel Dijkema het lef die stijve achttiende-eeuwse sfeer bijna volledig intact te laten. Dus zijn er koetsen, lakeien en pruiken, is er standsverschil en de dwang van erfopvolging. Prins Ramiro ziet zich voor het probleem gesteld een vrouw te kiezen of onterfd te raken. Binnen dit van clichés opbollende stramien is La Cenerentola een verrassend kwieke en onderhoudende voorstelling geworden, vooral dankzij de uitstekende vocale cast en de grillige fantasieën van de Nederlandse regisseur. En dan is daar natuurlijk die altijd sprankelende muziek van de jonge Gioachino Rossini. Vierentwintig jaar telde de componist toen hij de opera in een maand tijd schreef; van dezelfde leeftijd als Trisdee na Patalung, een Thaise dirigent die afgelopen zaterdag Het Gelders Orkest voor het eerst onder zijn hoede had. Veel nieuwigheid dus in deze productie 'met de haren los' zoals intendant Guus Mostart het formuleerde: een opera, nu eens zonder tragiek en sterfgevallen, maar met veel hilariteit en ongedwongen vertier. Het Gelders Orkest gaf er blijk van wel met deze jonge Thai in zee te willen gaan. Vanaf de eerste maten kwamen de noten met plezier en de nodige vaart de orkestbak uit. Het enige duidelijke probleem dat zich bij de Enschedese première voordeed, gold de lange adem die de voorstelling van publiek en spelers vergt. Halverwege de voorstelling lijkt een pauze nabij, het gordijn is gevallen, maar na een bedrieglijk slot herneemt de voorstelling zijn loop. Geen probleem, zelfs verfrissend zo'n doorgaand verhaal, maar nadat de pauze dan toch is gekomen, raakt de afwikkeling van het vervolg wat langdradig, ook al buitelen de invallen andermaal over elkaar heen. Vocaal draait de voorstelling natuurlijk om 'assepoes' Angelina, de Italiaanse mezzo Francesca Provvisionato - een groot talent met veel presentie en vocaal gemak, die het publiek moeiteloos voor zich innam. Toch bleef ze verbonden met de andere zes zangers en onderdeel van een ensemble dat elkaar qua stem en spel voortreffelijk in evenwicht hield, bijvoorbeeld in het hilarische sextet, waarbij ze zich allen in een verwarde knoop weten. De stiefzusters (Ceri Williams en Machteld Baumans) excelleerden in extravagantie, het vriendenpaar Ramiro/Dandini (Philippe Talbot en Andre Morsch) in jeugdig elan en stiefvader Don Magnifico (Pjotr Micinski) in verwatenheid. Tegenover deze 'domme' bas, hield zijn pendant, de 'wijze' bas Alidoro (Philippe Kahn) met stil spel voortreffelijk stand. |
|
|---|---|