|
Volkskrant 9 november 2009 door Bela Luttmer Glansrol voor verrassend sterke bariton in operaatje HaydnRommelig ensemble biedt weinig houvast Dirigent Jan Willem de Vriend heeft onmiskenbaar goede ideeën over de interpretatie, maar had die onvoldoende uitgewerkt. Haydns operaatje L'isola disabitata is verrassend populair. Eerder was het werk, dat als 'vergeten' te boek staat, te zien op het Grachtenfestival. Nu wordt het voor de tweede maal dit jaar op de planken gebracht, door de Nationale Reisopera. Met een podium vol lianen en het dek van een reuzenschildpad als verstopplaats refereert regisseuse Annechien Koerselman handig aan het Darwinjaar. Het stuk draagt alle ingrediënten voor die setting al in zich. Haydns librettist situeerde het werk op een woest, onbewoond eiland. De tegenstelling tussen natuur en cultuur drijft hij op de spits. Een natuurmeisje Silvia (de prille sopraan Julia Westendorp), type ongerepte wilde, maakt kennis met het fenomeen erotiek als ze voor het eerst in haar leven een man ontmoet. Koerselman voert de spanning nog een graadje op. Ze geeft de puber een kameraadje, een mooie, dartel dansende jongeling (Benedikt Maclsaac). Als Silvia hem verward vertelt over haar nieuwe gevoelens, is hij degene die buiten het verhaal stapt en de emoties duidt met een gebaar: hij bedekt haar grijze, naakte kostuum met bladeren. Tegenover het natuurwezentje staat haar oudere, wereldwijze zus Costanza (een mooie rol van de mezzosopraan Judith Gennrich). Zij kent de liefde en de geciviliseerde wereld. Kluchtige verwikkelingen rond haar verdwenen man (Peter Gijsbertsen) en zijn vriend (Martijn Cornet) krijgen door de frisse noten van Haydn een spannend kader. De slotscène, met op het podium een muzikantenkwartet als afspiegeling van de zusjes en beide vrienden, werkt uitstekend. De personages zijn goed gecast, de stemmen redelijk tot uitstekend, met een glansrol voor de verrassend sterke bariton Martijn Cornet. De tenor Peter Gijsbertsen heeft potentie, maar kampte met zijn intonatie. Dat is in deze context niet vreemd. Het Combattimento Consort bood weinig houvast. De dirigent Jan Willem de Vriend heeft onmiskenbaar goede ideeën over de interpretatie, maar had die onvoldoende uitgewerkt. Met de beste intenties sloeg het ensemble zich ruw en rommelig door de partituur. De Schöpfungsmesse van Luigi Gatti, een tijdgenoot van Haydn, werd een voorafje dat het gezelschap beter had kunnen overslaan. Het leidde de aandacht af van de opera en gaf de avond een onnodige traagheid. |
|
|---|---|