Twitter Facebook YouTube
  Language/Sprache
  in English
  auf Deutsch
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
recensie Telegraaf L'isola disabitata
 
- +

Telegraaf

9 november 2009

door Eddie Vetter

HAYDN IN PLASTIC JUNGLE

Als Haydn zou weten dat zijn operaatje L'isola disabitata (Het onbewoonde eiland) nog 230 jaar na dato werd opgevoerd, zou hij van zijn troon in de hemel springen en de mensen op aarde vertellen dat hij het niet voor de eeuwigheid had gecomponeerd, maar alleen om

prins Nikolaus Esterhazy en diens gasten een paar onderhoudende kwartieren te bezorgen.

De werkelijkheid van nu is dat dit niemendalletje in deze eeuw vaker in ons land is gespeeld dan negentig procent van het standaardrepertoire. Na uitvoeringen in de voormalige operaserie van de TROS en deze zomer nog in het Grachtenfestival brengt de Nationale Reisopera L'isola disabitata als 'onbekende Haydn' op de planken.

Van het verhaaltje over twee paren die op een onbewoond eiland verzeild zijn geraakt, zou Mozart nog wel iets gemaakt hebben, maar Haydn had bij hoge uitzondering geen groot talent voor opera. In dramatisch opzicht sjokt het werk in een bedaagd tempo voort met een handjevol virtuoze aria's en een overmaat aan begeleide recitatieven, die overigens wel interessant zijn vanwege de bijzondere instrumentatie.

Het is de regisseuse Annechien Koerselman niet aan te rekenen dat de productie weinig spiritueel aandoet. Het grijzige decor oogt als een jungle van plastic met klimtouwen als lianen, terwijl een danser zich constant door het beeld beweegt als een kruising tussen Nijinski's faun en Jane's Tarzan.

Pas na ongeveer een uur, in de finale van het laatste bedrijf, gebeurt er iets verrassends op het toneel. Dan komen vier orkestleden op, verkleden de zangers zich tot gewone theaterbezoekers en lijken ze zich eindelijk te bevrijden van een knellend keurslijf.

In muzikaal opzicht valt er in de niet echt sprankelende vertolking wel sporadisch het een en ander te genieten. Het Combattimento Consort speelt onder leiding van Jan Willem de Vriend vitaal, zij het aan de logge kant, en de vier jonge zangers wagen zich vol overgave aan hun lang niet eenvoudige partijen.

Waarschijnlijk om de avond te vullen en het verdienstelijke koor van de Nationale Reisopera aan het werk te houden, begint de voorstelling met een uitvoering van de Schöpfungsmesse van Luigi Gatti, gebaseerd op Haydns oratorium Die Schöpfung. Het ziet er niet uit en het past niet bij een operavoorstelling.

Front zaal geparkeerd staan de koorleden en de vier zangsolisten hun bijdragen te leveren aan een vooral in het orkest nogal onbehouwen interpretatie. Juist een retorische benadering waarbij de muziek 'spreekt' als in een betoog, veronderstelt meer verfijning in de klank.

Na de veeleisende en buitengewoon geslaagde Rheingold lijkt deze herdenking van Haydns tweehonderdste sterfjaar niet meer dan een tussendoortje voor de Nationale Reisopera.