|
NRC Handelsblad 28 -1-2010 door Kasper Jansen Sterk drama in Verdi's 'Ballo'Un ballo in maschera van Verdi is in de nieuwe enscenering van Monique Wagemakers bij de Reisopera een intrigerende choreografie. In de grote koorscènes brengt de opera gestileerd bewegend theater. Het leidt met gedreven zangers tot een vocaal en muzikaal, maar ook visueel sterke voorstelling, rijk aan dramatische kracht. Maar dat is slechts de oppervlakkigste laag in deze Un ballo in maschera. De voorstelling is vooral een choreografische analyse van het libretto. Wat je ziet is een plattegrond van het plot, dat bij lezing soms bijna onbegrijpelijk lijkt. Dat begint al in de ouverture, als het koor op de grond ligt en de belangrijke personages blijven staan als schaakstukken. Het spel kan beginnen en zal aflopen met de dood van Riccardo, vermoord door zijn beste vriend Renato. De waarzegster Ulrica zorgt dat haar voorspelling ook werkelijk uitkomt. Het is een dodendans en de dood -de duivel zelf- danst mee. Het decor, een serre vol stoelen, verwijst naar het desolate dansstuk Café Müller van Pina Bausch. Wagemakers kiest voor de versie die de censuur Verdi destijds voorschreef. De moord op de Zweedse koning Gustav III op een gemaskerd bal in Stockholm in 1792 mocht niet worden getoond. Het verhaal werd onherkenbaar verplaatst naar Amerika, toen nog beheerst door een Engelse gouverneur. Een vage verwijzing kan men nu zien in de zwarte flinters waarmee het podium is bedekt (Boston Tea Party). Het hoogtepunt is Verdi's fenomenale derde acte, die draait om wat Wagemakers werkelijk interesseert: de driehoeksverhouding tussen Riccardo, Amelia en haar man, Renato, vriend van Riccardo. Het leidt tot een ontmaskering van het huwelijk in de vriendschap in een reeks fatale confrontaties. Er wordt zeer krachtig gezongen door zangers die opmerkelijke roldebuten maken. De heldere tenor Peter Auty karakteriseert Riccardo treffend als van zichzelf vervulde sympathieke kwast. De Limburgse dramatische sopraan Kelly God, die een mooie internationale carrière maakt, is een indrukwekkende Amelia, heen en weer geslingerd tussen man en minnaar. Bariton Roland Wood (Renato) en mezzo Federica Proietti (Ulrica) maken iets minder indruk, maar voldoen uitstekend. De stralende Rebecca von Lipinski is hier als page Oscar een prima ballerina. Dirigent Antony Hermus zorgt met Holland Symfonia voor een roerig-Verdiaanse begeleiding. De sterfscène is een van de beste die ik ooit zag: ontdaan van elk naturalisme. De dode Riccardo staat weer op om iedereen persoonlijk te vergeven en zijn zaakjes netjes af te handelen. Als minnaar was hij een beetje dom: ziende blind en horende doof. Maar als zorgzaam bestuurder functioneert hij tot over de rand van het graf. |
|
|---|---|