Twitter Facebook YouTube
  Language/Sprache
  in English
  auf Deutsch
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
De Telegraaf interview Antony Hermus
 
- +

De Telegraaf

22 januari 2010

door Thiemo Wind

Een dirigent moet vlieguren maken

De carrière van Antony Hermus is tot op heden wonderlijk verlopen. Terwijl hij zijn naam in eigen land nog goeddeels moet vestigen, is de joviale Brabander in Duitsland al bezig aan zijn tweede baan als Generalmusikdirektor. Eerst in Hagen, nu in Dessau. Morgen debuteert hij bij de Nationale Reisopera met Un ballo in maschera van Verdi.

Hermus (36) groeide op in Oosterhout. Nee, niet in een uitgesproken artistieke omgeving, al dirigeerde zijn vader een kerkkoor. En nee, de acteur Guus Hermus was geen familie. Zijn ouders twijfelden of een baan in de muziek wel zo verstandig was. Daarom studeerde Antony Hermus bestuurlijke informatiekunde in Tilburg, en parallel hiermee piano in diezelfde stad.

Op een dag had hij de moed op de deur van Jac van Steen te kloppen, de docent orkestdirectie. Hij werd aangenomen. Hoewel het eigenlijk heel goed ging, vond Van Steen het maar niks, een student die gelijktijdig met automatiseringsprojecten bezig was. Hij kon zich beter concentreren op het dirigeren. Waarbij Hermus als raad meekreeg: ga eens in een Duits theater kijken. Als je het leuk vindt, blijf je er vanzelf hangen. En anders ben je binnen twee dagen weer terug. Hermus bleef er hangen.

„In Nederland zijn de mogelijkheden voor jonge dirigenten gering", zegt hij. „Maar in Duitsland heeft elke zichzelf respecterende stad een theater met een eigen orkest, een eigen solistenensemble, een eigen ballet. Ik kwam terecht in Hagen, als pianorepetitor. En hoe gaat dat in een Duits repertoiretheater, op een gegeven moment zeggen ze doodleuk: over drie weken dirigeer jij Das Land des Lachelns. Of Boris Godoenov, op een maandagavond."

„Vraag me niet of het artistiek verantwoord was, maar zo leerde ik wel ontdekken wat werkt en wat niet. Uiteindelijk moet een dirigent vlieguren maken. Dirigeren is voor twintig procent handwerk, voor tachtig procent psychologie." In Hagen klom Hermus steeds hoger op de ladder. Studieleider, kapelmeester.

En toen de Generalmusikdirektor (GMD) vertrok, werd Hermus tot opvolger benoemd, aanvankelijk als interim, na een jaar vast. „Ik dacht: zijn ze gek geworden? Willen ze mij als chef? Ik ben 29! Maar ze wisten waar ze voor tekenden. Het orkest koos unaniem. Dat was een basis."

Na zijn vijf voorbereidende jaren had Hermus vijf jaar de leiding, maar geleidelijk kreeg hij het gevoel aan een plafond te zitten. Hij vertrok onder het motto: liever weggaan als ze het jammer vinden dan wanneer ze je wegkijken. „Iedereen verklaarde me voor gek, ook omdat ik geen andere vaste positie had. Maar van de eerste 52 vrije weken dirigeerde ik er 48. In Duitsland, Frankrijk, Ierland, Taiwan en in Nederland - onder meer bij Opera Zuid."

Met een enorme bagage liet hij Hagen achter zich. Een slordige vijftig opera's paraat, plus tweehonderd symfonische werken. Met ingang van dit seizoen is hij als GMD aan de slag gegaan aan het Anhaltisches Theater in Dessau. Onlangs debuteerde hij er met Lohengrin, gunstig ontvangen in de Duitse pers. „Ik ben er de helft van het jaar, voor drie producties per seizoen. Het biedt me de vrijheid elders te dirigeren, zoals nu bij de Reisopera."

Door de intercom van het Enschedese Muziekkwartier galmt het bericht dat de repetitie een kwartier vertraagd is. „Dat is opera", grinnikt Hermus laconiek. „Er gaan altijd duizend dingen fout, maar er zitten ook zoveel variabelen aan vast. Dat vind ik het mooie. Muziek, regie, decor, zangers, een orkest: in korte tijd moet je alles bij elkaar zien te brengen. Ik krijg daar altijd weer energie van." Opera en symfonisch werk, geen van beide aspecten zou hij kunnen missen.

Bang dat hij het etiket 'operadirigent' opgeplakt krijgt, is Hermus niet. ,,Etiketjes plakken doen ze toch wel. Als ik maar muziek kan maken. Zet me gerust achter een barpiano, dat vind ik ook leuk. Ik wil niets liever dan mijn passie met anderen delen. En musici ondersteunen, zodat ze zo goed mogelijk functioneren. Dat zijn mijn drijfveren. Als het ons lukt aan het eind van de avond minstens een bezoeker met natte ogen de nacht in te sturen, dan is ons doel bereikt."