Algemeen Dagblad
20 september 2008
door Oswin Schneeweisz
Puccini's Butterfly zonder pianissimo; uit staal gegoten, te hard en ook te hoekig
Puccini's Butterfly is niet slechts een liefdesdrama, het is ook een clash van beschavingen. Dat is wat het regisseursduo Hoheisel en Kogge bij de Nationale Reisopera op inventieve wijze laat zien.
Ze schreeuwen die visie niet van de daken. Het beschavingsconflict ligt er niet duimendik bovenop, maar het is in bijna elke scène onderhuids aanwezig. Alle personages op het podium worden geleid door iets wat groter is dan henzelf en dan hebben we het over hun cultuur, hun normen en waarden, hun tradities.
De Chinese sopraan Ai-Lan Zhu bezit veel overtuigingskracht.
Zelfs het sfeervolle toneelbeeld is gespleten: de wereld van Butterfly en die van Pinkerton. Pinkerton (een redelijke rol van tenor Paul Charles Clarke) is niet alleen de Amerikaanse Rambo die een jonge geisha zwanger maakt en er daarna vandoor gaat; hij is ook een product van zijn cultuur. Hij is dader en slachtoffer tegelijk. Net zoals Butterfly. Een rol die met veel overtuigingskracht werd gezongen door de Chinese sopraan Ai-Lan Zhu. Ook nu bij de reprise waren haar vocale- en acteerprestaties groots. In Ethna Robinson (Suzuki) en de Nederlander André Post (Goro) vond ze waardige tegenspelers. Het grootste probleem van deze reprise schuilt in de bak waar Het Gelders Orkest bleek overgeleverd aan de grillen van een Russische maestro uit de school van Ilya Musin. Een dirigent dus met genoeg in zijn mars, maar helaas leek zijn Puccini soms uit staal gegoten: te hard qua volume, te hoekig qua frasering. Op de dramatische momenten was het allemaal in orde, maar: Puccini zonder pianissimo... dat is geen Puccini.