Twitter Facebook YouTube
  Language/Sprache
  in English
  auf Deutsch
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
Volkskrant
 
- +

Volkskrant

2 juni 2009

door Roland de Beer

Een barokke cocktail aan wijsheden

Sterk ingekort Rameau-stuk heeft bijzonder fraaie zangpartijen. Maar de goden zijn verdwenen.

Probeer als vrouw nooit je stiefzoon te versieren zolang je niet zeker weet dat je man dood is. Dit advies, bekend van tragedieschrijvers als Euripides en Racine, nestelt zich met hernieuwde kracht in de bovenkamer bij het zien van Hippolyte et Aricie, een opera uit 1733 van Jean Philippe Rameau. Deze zelden opgevoerde tragédie en musique behelst nog meer, hele cocktails aan wijsheden zelfs. Zoals: houd er bij een huwelijksvoltrekking rekening mee dat dingen anders kunnen lopen dan gedacht. Verder: probeer nooit het liefje van een hoger geplaatste te ontvoeren. Ofwel: probeer nooit de goden te verzoeken. Kortom: wees altijd dankbaar voor een goede afloop.

De ware attractie van Hippolyte et Aricie is dat er verdraaid goede muziek in zit, vijf bedrijven lang. Dat heeft een jaar of tien geleden de Amerikaanse barokspecialist William Christie bewezen. De Nationale Reisopera zal zich bij haar nieuwe Rameau-productie allereerst hebben afgevraagd: met wie doen we dit?

Een antwoord lag voor de hand. De barokdirigent Jed Wentz en zijn orkest Musica ad Rhenum werkten al eerder met de Reisopera, in goed klinkende Händel- en Mozartproducties.

Het is ook niet uitgesloten dat Wentz, een Amerikaan die aan het Haagse conservatorium studeerde, de Reisopera op een idee heeft gebracht. Andere vragen waren ingewikkelder: A) hoe snoeien we een tableau van 18 solistenrollen in tot een behapbaar geheel, en B) hoe voorkomen we dat bezoekers hun laatste trein of bus missen?

Zo is de hele proloog van Hippolyte et Aricie geschrapt, een zang- en dans-spektakel dat in oorspronkelijke vorm een half uur duurt, en waarin goden en godinnen het druk hebben met elkaar en met de mensheid. In het verdere verloop is bovendien bezuinigd op solistische herders en priesteressen, en op jacht-, bos- en zeevolk. Daarmee zijn de verwikkelingen wat over-zichtelijker geworden.

Maar het tot zwijgen brengen van de grote manipulator Amor plus een trits bemoeizuchtige godenvrienden, heeft wel een wissel getrokken op de vindingrijkheid van regisseur Stephen Langridge. Die begaat de fout te doen alsof iedereen de geschrapte proloog kent.

Zo zie je een hele tragédie en musique lang de achterste toneelhelft gedomineerd worden door een eettafel met zwijgende figuren, in wie na

enig doordenken de geëlimineerde godenstoet te vermoeden valt, nippend van nectar (koffie) en ambrozijn (witte vla). Tegen die weinig dynamische achtergrond heeft Paul Agnew (Hippolytus) in akte I iets met Eugénie Warnier (de gemankeerde priesteres Aricia), wordt zijn vader Maarten

Koningsberger (de onderwereldreiziger Theseus) in akte II door een 'onderwereldfiguur' gefolterd, legt stiefmoeder Sophie Daneman (Phaedra) het met Hippolytus aan in III en doodt zij zich in IV, waarna Hippolytus tijdens zijn bruiloft verdwijnt en in V weer terugkomt, alles op dezelfde groene Praxis-tuinmat. Soms komt een dansgroep langs voor een mars of rigaudon.

Heel erg is dat niet. Agnew en Warnier zingen bijzonder fraai - Agnew ditmaal in tenorale timbres, en niet in zijn bekendere hoedanigheid van countertenor. De partij van Theseus (bariton Koningsberger) zou gebaat zijn met meer basgalm in de borstholten, maar zijn smeekbeden tot Neptunus klinken aangrijpend genoeg. Net als het nog roemruchter 'Cruelle mère des amours' van Sophie Daneman - het moment van Phaedra's twijfel, met leeuwerikenzang van traverso's in het orkest.

Het nummer hoort tot Rameau’s magnifiekste ingevingen. Het koor verkeert in blakende vorm, en Jed Wentz weet, dirigerend met een zwart-witte stok uit een goocheldoos, ook uit kleine wendingen groot effect te halen.