Twitter Facebook YouTube
  Language/Sprache
  in English
  auf Deutsch
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
Twentsche Courant Tubantia
 
- +

Twentsche Courant Tubantia

2 juni 2009

door Menno van Duuren

Esthetisch en indringend familiediner Reisopera

Het is een gewemel van goden en gekroonde hoofden in Hippolyte et Aricie van Rameau. De opera uit 1733, die de Nationale Reisopera (NRO) zaterdagavond in Enschede in première bracht, verenigt flarden van vooral klassieke en mythologische familiedrama’s. Kern van de handeling bij Rameau is de o zo zuivere liefde van het Romeo- en-Julia-achtige stelletje Aricie-Hippolyte. De geliefden dreigen het af te leggen tegen stiefmoeder Phèdre en haar intriges, maar worden gered door een goddelijke ingreep. Voordat het bij de NRO zo ver is dat het bruidspaar tijdens het happy-end bijna letterlijk op tafel staat te dansen, gaat er nog wel even de familiebeerput open. Wat we in de beginscène krijgen voorgeschoteld is een familiediner.

Een quasi gezellige setting, die al in menige film en reality soap is gebruikt als katalysator voor smeulende conflicten. Regisseur Stephen Langridge en zijn vormgeefster Alison Chitty gebruiken dat concept in hun NRO-enscenering buitengewoon geraffineerd, esthetisch en effectvol. Tegen het fraaie (deels geprojecteerde) decor van het diner, spelen de disgenoten hun conflicten uit, op leven en dood. Dat de emotionele en fysieke martelingen van de eters ook de toeschouwer niet onberoerd laten, ligt niet alleen aan de raffinesse van Langridge en de esthetiek van Chitty maar zeker ook aan de kwaliteit van de cast. Tenor Paul Agnew (Hippolyte) en bariton Maarten

Koningsberger (Thésée) gloriëren zowel spelend als zingend in hun rollen. Bij de vrouwen voert de zeer sterke sopraan Marie-Adeline Henry ( Diana) de troepen aan, gevolgd door haar even talentvolle maar met minder volume en expressie bedeelde collega’s Eugénie Warnier (Aricie) en Sophie Daneman (Phèdre).

Uit de orkestbak klinkt onder leiding van Jed Wentz het authentieke barokgeluid van Musica ad Rhenum. Het kleine ensemble had moeite de grote zaal met geluid te vullen, maar wie de moeite nam om op hun geluid in te zoomen werd beloond met een fraai getekende klank. Bovendien is Wentz gelukkig niet te beroerd om aan tempi te duwen en te trekken als tekst of partituur om extra expressie vragen. Ongelijkheden die dat oplevert nemen we op de koop toe bij een Rameau die op deze manier, na bijna drie eeuwen, gerevitaliseerd wordt.