|
Stentor Deventer Dagblad 15 juni 2009 door Maarten Mestrom, gezien in De Spiegel Zwolle 13/6 Goden als maffioso in Rameau’s operaHet is niet gebruikelijk een voorbespreking mee te recenseren, maar in dit geval maken we een uitzondering. De inleiding die Ben Coelman van de Nationale Reisopera gaf bij Rameau’s opera Hippolyte et Aricie was precies goed. Geestig en deskundig zette hij het verschil uiteen tussen de Italiaanse (vooral virtuoos) en de Franse barokopera’s, die gestileerder zijn en vaak gebaseerd op de Griekse mythologie. De informatie die hij gaf was niet alleen ter zake, maar ook noodzakelijk om de voorstelling te begrijpen (al was het alleen al om de link te leggen tussen een bak met water die naar beneden komt en de god Neptunes). Maar met voldoende voorkennis gewapend, is vooral voor de pauze Hippolyte et Aricie een geweldige voorstelling. Het toneelbeeld opent als een soort ‘Festen’: een feestmaal van goden, halfgoden en mindere goden. De opera kan die restyling goed hebben. Het gaat per slot van rekening om archetypen. Absoluut hoogtepunt is de scène in de Hades, met de geweldige bariton Maarten Koningsberger als de gekwelde koning Theseus, die om een vriend te redden, de confrontatie aangaat met de ‘maffioso’ Pluto (een eveneens ijzersterke rol van Frans Fiselier). De drie lotsgoden, die hier worden uitgebeeld als ijskoude, in krijtstreep gehulde bankdirecteuren, die met één pennenstreek het noodlot van Theseus voltrekken, levert een prachtig toneelbeeld op. Ondanks de uitstekende solisten gaat na de pauze de vaart er wat uit. Volgens de mores van de achttiende eeuw moest een opera goed aflopen (anders sliep de koning slecht). Dat leidt - ook toen al - tot een slap ‘happy-Disney-ending’. Maar de muziek van Rameau blijft fantastisch en voer voor muziekliefhebbers: huiveringwekkende barokchromatiek en hoogst eloquente voorhoudingen en anticipaties. Het enige dat bij deze fantastische en intelligent gemaakte voorstelling ontbrak, was publiek. Onbegrijpelijk. |
|
|---|---|