Twitter Facebook YouTube
  Language/Sprache
  in English
  auf Deutsch
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
Achtergrond
 
- +

Jean-Philippe Rameau (1683-1764)

Hippolyte et Aricie

Tragédie-lyrique en cinq actes et un prologue (1733) op tekst van Simon-Joseph Pellegrin

‘Mijn God, in dit werk zit muziek voor wel tien opera’s! Deze man zal onze composities naar de vergetelheid verwijzen.’ Met deze uitspraak begroette de componist André Campra in 1733 Jean Philippe Rameau’s eerste opera Hippolyte et Aricie.

Rameau was dat jaar 50 geworden en kon beslist geen debutant meer genoemd worden maar aan een tragédie lyrique had hij niet eerder durven beginnen. De geest van de grote componist Jean-Baptiste Lully en diens geliefde muzikale tragedies hing als een dreigende schaduw over het Franse muziektheater. ‘Daarnaast’, zo schreef Rameau, ‘moet men inzake het theater ervaren zijn en lange tijd de natuur hebben bestudeerd om haar zo getrouw mogelijk te kunnen verbeelden. Men moet alle karakters kunnen uitdrukken, gevoel hebben voor dans en beweging en kennis van zang en acteren genieten.’

Het gegeven van deze opera is afkomstig uit de klassieke oudheid en werd door onder anderen Jean Racine in zijn drama Phèdre verwerkt. Terwijl koning Thésée in de onderwereld verblijft in een vergeefse poging een vriend te redden, wordt zijn vrouw Phèdre verliefd op Hippolyte, de zoon van Thésée uit een vorig huwelijk, die op zijn beurt verliefd is op het meisje Aricie. Wanneer Thésée terugkeert, beschuldigt hij zijn zoon er ten onrechte van Phèdre het hof te hebben gemaakt. De koning vervloekt zijn zoon en roept de goden op om hem te wreken. Die wraak komt in de vorm van een monster dat Hippolyte aanvalt. Wanneer algemeen wordt aangenomen dat Hippolyte gesneuveld is, biecht Phèdre vol schaamte haar daden op en doodt zichzelf. Dan blijkt Hippolyte nog te leven en wordt hij herenigd met zijn geliefde Aricie.

Het is verbazingwekkend hoe weinig verouderd een barokopera als Hippolyte et Aricie op ons overkomt. Integendeel, de opera is een oproep om je te bevrijden van vooroordelen. De vraag met welke goden wij tegenwoordig moeten leven en worstelen is in deze opera gekoppeld aan het vraagstuk van onvoorwaardelijke liefde. Vertrouwen wij op Diana, de godin van de kuisheid of gehoorzamen we aan Venus, die ons de geneugten van de liefde voorhoudt.

Het antwoord van Rameau, een kind van de Verlichting, is duidelijk: de mens laat zich niet leiden door de goden maar bepaalt zélf welke weg hij wil bewandelen. Deze boodschap heeft sinds Rameau’s tijd niets aan kracht ingeboet.