|
Trouw Hoofdrol voor symboliek in 'Die Zauberflote'Toen Mozart in 1781 besloot voorgoed in Wenen te blijven, nam hij zijn intrek bij zijn aanstaande schoonmoeder in het pand 'Zum Auge Gottes'. Tien jaar later was niet alleen zijn Weense carrière, maar ook zijn leven ten einde. Met zijn vrijmetselaarsopera Die Zauberflöte proefde hij in de herfst van 1791 nog net iets van de eeuwige roem die dit met symboliek overladen meesterwerk beschoren zou zijn. 'Das Auge Gottes' - het alziend oog, vaak vormgegeven als oogbol in een driehoek - is zo'n zinnebeeld. We vinden het terug op diverse niveaus in de nieuwe Zauberflöte-productie van de Nationale Reisopera. In het kale speelvlak waarop het verhaal zich afspeelt bijvoorbeeld, niet meer dan een witte bolling op de toneelvloer met een zwarte cirkel erin. Hierop en hieromheen speelt zich het hele verhaal verder decorloos af: de beproevingen die twee vorstenkinderen moeten ondergaan om ware mensen te worden. Ook de drie knapen die het liefdespaar met wijze raadgevingen begeleiden, dragen in deze productie het 'Oog in Al-teken' als een mijnwerkerslamp op het voorhoofd. Meer dan te doen gebruikelijk wilden regisseurs Mirjam Koen en Gerrit Timmers de symbolische, 'alchemistische' laag in de warrige, soms lukraak aan elkaar geknoopte vertelling naar boven zien te halen. Door het gebruik van kleine decorstukken: poppenhuismeubilair (waaronder lijkkisten en zonnebanken) en handbespeelde poppen (waaronder geraamtes en knuffel'-leeuwtjes), spiegelen de handelingen op het toneel, maar ook net weer niet. De poppen vertellen hun eigen vertederende verhaal en leveren zodoende een eigenzinnige commentaar. Dankzij camerawerk op de huid en een groot videoscherm is deze tweede laag in de regie goed te volgen. Nadeel is misschien, dat ook de poppenspelers steeds op het toneel aanwezig zijn. Met de boventiteling erbij, zijn er vier brandpunten waarover de aandacht zich moet verdelen. Vocaal is deze opmerkelijke enscenering in de hoofdrollen uitstekend bezet met Marcel Reijans en Johannette Zomer als overtuigend liefdespaar. Helder en stralend etaleerden zij hun stem, daarbij een groot gemak van bewegen en acteren tentoonspreidend. De burleske Papageno-figuur is bij de jonge Nederlandse zanger Peter Bording ook qua spel in voortreffelijke handen, terwijl een heftig 'getatoeëerde' Roman Arzomand wel wat van zijn Monostatos-rol weet te maken. Daarbij steken de priester Sarastro (Dimitri Ivasjtstjenko) en de Koningin van de Nacht (Beverley Chat) toch wel wat stijfjes af. Ook Het Gelders Orkest had eerst wat kramp te overwinnen, maar bij sommige aria's bloeiden de violen af en toe miraculeus op. Een echte eenheid vormt het orkest onder de handen van gastdirigent Stoehr nog niet, maar wellicht dat dit tijdens de uitgebreide tournee in akoestisch gullere zalen nog verbetert. |
|
|---|---|