|
Jules Massenet ManonOpéra-comique en cinq actes (1884) In 1731 verscheen in Amsterdam het zevende en laatste deel van de Mémoires et Aventures d’un Homme de Qualité waarin de tragische liefdesgeschiedenis van de jonge chevalier Des Grieux en de mooie maar lichtzinnige Manon Lescaut beschreven wordt. De auteur van deze literaire ‘bestseller’ was de 31-jarige Abbé Antoine-François Prévost d’Exiles, een tijdgenoot van Voltaire, Montesquieu en Rameau. In zijn roman hield Prévost zijn eigen tijd, het ‘ancien régime’ met zijn tegenstellingen tussen rijkdom en armoede, weelde en nooddruft, deugd en losbandigheid, een meedogenloze spiegel voor. Onderzoek heeft uitgewezen dat Prévost het gegeven voor zijn roman niet verzonnen heeft, maar teruggreep op zijn eigen jeugdervaringen. Net als chevalier Des Grieux werd hij hals over kop verliefd op een mooie jonge vrouw die achter zijn rug om relaties onderhield met andere mannen. Prévost gaf na deze affaire zijn carrière in het leger op en koos voor een loopbaan in de kerk. De verschijning van zijn eerste romans in 1728, die in Parijs nogal wat stof deden opwaaien, noopten hem ertoe in Engeland asiel te zoeken waar hij korte tijd later ontslagen werd als privéleraar na een liefdesaffaire. Prévost zocht zijn heil in Nederland maar vluchtte een paar jaar later weer naar Engeland om aan zijn schuldeisers te ontkomen. Na zijn terugkeer in Frankrijk in 1736 wist hij zich te verzoenen met de katholieke kerk en tot zijn dood in 1763 bekleedde hij de aanzienlijke functie van kamerheer van de prins van Conti. Prévosts onsterfelijke roman inspireerde talrijke kunstenaars en musici. De reeks componisten die het verhaal ter hand nam voor een ballet, een opera of operette voert van Daniel-Esprit Auber via Massenet en Puccini naar Hans Werner Henze. In 1881 besloot de 39-jarige Jules Massenet in plaats van een reeds begonnen Phoebe-project, een opera op basis van het verhaal van Prévost te schrijven. Drie jaar later ging het werk in de Opéra Comique van Parijs in première met de fenomenaal acterende zangeres Marie Heilbronn in de titelrol. Het Franse publiek drukte de muziek van Massenet onmiddellijk aan het hart. Georges Bizet, de componist van Carmen sprak van ‘een uniek werk dat door nog niemand in onze moderne school werd voortgebracht’. Massenet stond met zijn opera meteen in het middelpunt van de belangstelling en vanaf dat moment verscheen elke twee tot drie jaar een werk van zijn hand waarvan Werther, Thaïs, Hérodiade, Cendrillon en Don Quichotte naast Manon het bekendst zijn geworden. Het gaat in al deze opera’s om liefhebbende en lijdende vrouwenfiguren die hij met veel gevoel en verfijning weet te portretteren. Charlotte, Thaïs, Salomé, Assepoester, Dulcinea en Manon worden gehuld in muzikale gewaden die in hun melodische rijkdom en zeggingskracht nauwelijks te overtreffen zijn. Overal is te herkennen dat hier een ervaren theaterman, een volmaakte operacomponist aan het werk is die in de negentiende eeuw slechts in Giuseppe Verdi zijn gelijke vindt. Massenets orkestpalet is vaak exotisch van kleur en dansvormen uit alle tijden en windstreken verwerkt hij zeer geraffineerd maar het zijn vooral de schitterende melodieën die de aandacht opeisen. Uiteenlopende componisten als Puccini en Debussy hebben zeer dankbaar gebruik gemaakt van de wegen die Massenet hun wees. Boven alles ademt de muziek van Massenet Frans raffinement. Romain Rolland verwoordde het eenvoudig als volgt: ‘Massenet woont in het hart van elke Fransman...’ |
|
|---|---|