|
Modest Moessorgski Boris GodoenovOpera in vier delen en zeven scènes (1869) Met recht wordt Moessorgski’s Boris Godoenov gezien als een sleutelwerk in de Russische muziekgeschiedenis. Het werk is een muzikaal volksdrama, een historisch epos en een schitterend voorbeeld van een negentiende eeuwse nationalistische opera. De opera toont ons het Rusland van na de dood van tsaar Ivan iv de Verschrikkelijke († 1584), een tijdperk van onrust en verwarring. Het noodlijdende en onmondige volk van Moskou hoopt dat een nieuwe heerser hen zal verlossen van honger en armoede. De bojaar Boris Godoenov heeft de macht naar zich toegetrokken maar blijkt die nauwelijks te kunnen uitoefenen. Al snel gaat het gerucht dat de tsaar de troon onrechtmatig verkregen heeft. Een heilige dwaas durft de tsaar openlijk als moordenaar van de rechtmatige troonopvolger aan te wijzen en de invloedrijke bojaar Sjoeiski en de monnik Pimen beroven Boris van zijn laatste sprankje zelfvertrouwen. Tenslotte keert ook het volk zich af van de ‘schuldige’ en hoopt tevergeefs op verlossing door een rechtvaardige. Heerser en overheersten zijn allen als onwetenden aan het rad van de tijd geketend, dat door hen wel in beweging wordt gezet maar in zijn loop niet beïnvloed wordt. Het was de historicus Vladimir Nikolski die Moessorgski opmerkzaam maakte op Poesjkins drama Boris Godoenov. Tussen november 1868 en april 1869 ontstonden de zeven scènes die tezamen de oerversie van de opera Boris Godoenov vormen en in de zomer van 1870 leverde Moessorgski zijn werk in bij de directie van het Keizerlijke Theater te St. Petersburg met het verzoek om uitvoering. De directie wees het werk onmiddellijk af als onspeelbaar en ook een aantal vrienden van Moessorgski, die gedeelten hadden gehoord tijdens muziekavonden bij de componist thuis, vonden het werk te hoekig, te tegendraads en te ruw. De componist zag zich genoodzaakt om de opera te bewerken. In 1874 werd de volledig herziene versie van de opera een aantal malen uitgevoerd, maar het werk vond nog altijd geen genade in de ogen van de culturele elite. De realistische en pessimistische uitbeelding van een woelige episode uit de Russische geschiedenis sloot nu eenmaal niet aan bij het heersende smaakgevoel. Pas in 1896, na de dood van Moessorgski, publiceerde diens vriend Nikolai Rimski-Korsakov een gladgestreken versie van het werk, aangepast aan de academische smaak. Deze versie (die tot de jaren ’70 de meest gangbare versie was) veroverde de operahuizen over de hele wereld stormenderhand. In de tegenwoordig steeds vaker uitgevoerde oerversie staat het door het noodlot geplaagde en onderdrukte volk in het middelpunt. Het is voortdurend zichtbaar of onzichtbaar aanwezig. In meer dan de helft van de opera laat het van zich horen in monumentale, bijna bedwelmde klanken. Het gaat hier overigens niet om operakoren in de traditionele zin van het woord maar om de verpersoonlijking van de geknechte mens die wankelmoedig om brood roept, zijn tsaar achtereenvolgens bejubelt en vervloekt. Boris Godoenov is in de oerversie een muzikaal volksdrama in de waarste zin van het woord, of zoals de componist het zelf zei: ‘Het leven, waar dat ook maar van zich laat horen, de waarheid, hoe bitter die ook is, het moedige en oprechte woord van mens tot mens, van oog tot oog, dat is wat ik nastreef, dat is wat ik wil!’ |
|
|---|---|