|
Jan van Vlijmen ThyesteDrame lyrique en quatre actes et quatorze scènes Wraak! Het is Atreus’ enige gedachte. Omdat zijn broer Thyestes hem ooit beroofde van zijn vrouw, zijn troon en het Gulden Vlies zal Atreus niet rusten voor hij zich gewroken heeft. Weliswaar is Atreus met hulp van de oppergod weer koning geworden en leeft Thyestes al geruime tijd in ballingschap maar nog altijd is zijn enige gedachte: wraak. Atreus veinst dat hij zich wil verzoenen met zijn broer en lokt hem en diens zonen naar Mykene. Eigenhandig vermoordt Atreus de kinderen van zijn broer en schotelt hij hen aan Thyestes als feestmaaltijd voor... Seneca’s realistische en rauwe versie van deze Griekse tragedie vormde de inspiratie voor het gelijknamige toneelstuk van Hugo Claus uit 1966. Nadat Jan van Vlijmen een eerder voorstel van de schrijver om een opera te schrijven op basis van zijn drama Borgerocco had afgewezen, schreef Hugo Claus een nieuw libretto in het Frans dat gebaseerd was op zijn Thyestes. Het werd een bijzonder bondige, bijna kale tekst met kernachtige, gebeeldhouwde zinnen. Als alle goede libretti laat het tekstboek veel ruimte voor muziek. De componist kon er zó mee aan de slag. Van Vlijmen was meteen onder de indruk van het libretto en vond het niet nodig om ook maar iets te veranderen aan de tekst. Hugo Claus was voor hem een ideale librettist. Van Vlijmens vorige opera, Un malheureux vêtu de noir (1990), ging ook over twee broers: Vincent en Theo van Gogh. Dat de haat (en liefde) tussen twee broers ook in Thyeste centraal staat is volgens librettist en componist overigens gewoon toeval. De complexe vorm van diepe, gekwelde liefde is bij uitstek een geschikt thema voor een opera. Van Vlijmen: ‘De mythologische thematiek van Thyeste staat ogenschijnlijk ver van onze samenleving, maar in de kern is dat natuurlijk niet zo. Het thema van gefnuikte verbondenheid, jaloezie, haat en wraakzucht is nog altijd actueel en zal dat helaas wel blijven zolang de mens bestaat, ook in een breder verband: zie bijvoorbeeld de volkerenmoord in ex-Joegoslavië, Rwanda, noem maar op. In zekere zin is dat óók broederstrijd; vaders, zonen, broers, buren, vrienden als de lont wordt aangestoken, is de moordlust blind.’ Van Vlijmen schreef een opera die, zo zegt hijzelf ‘heel ouderwets’ is. ‘Atreus is uiteraard de tenor, sterker nog: hij is een heldentenor. Thyestes is een dramatische bariton.’ De zangpartijen zijn bovendien zo geschreven dat zij steeds goed verstaanbaar zijn. Van Vlijmen streefde lichtheid en transparantie na. Vandaar ook dat de begeleiding in handen van een kamerorkest is. De componist toont, zoals in de meeste van zijn latere werken, dat hij niet zoveel affiniteit heeft met postmoderne werkstukken die zich tegen de traditie keren. Hoewel Van Vlijmen oorspronkelijk zelf ook in het twaalftoonsysteem componeerde, bevrijdde hij zich daar uiteindelijk van. ‘Ik ben een traditionalist en ik wil een verhaal vertellen met noten. Als dat niet lukt, is er iets mis...’ |
|
|---|---|