|
Giacomo Puccini Le Villi / Messa di GloriaOpera ballo in due atti ‘Willis zijn bruiden die voor hun huwelijk gestorven zijn. Deze arme schepsels vinden in hun graf geen rust. In hun dode hart, in hun dode voeten bleef de lust om te dansen voortleven. Een lust die zij tijdens hun leven niet konden bevredigen. Om middernacht verschijnen zij en verzamelen zij zich in groepen langs de landwegen en wee de jongeman die hen op zijn weg tegenkomt! Hij wordt gedwongen met hen te dansen en hij moet dansen tot hij er dood bij neervalt!’ Zo beschreef de Duitse dichter Heinrich Heine deze aan de waternimfen verwante gedaanten. Lang voor de vijfentwintigjarige Puccini zijn eerste opera op dit verhaal baseerde was het gegeven al door Adolphe Adam gebruikt voor hét schoolvoorbeeld van het Romantische ballet: Giselle ou les Willis. De zojuist aan het conservatorium van Milaan afgestudeerde en straatarme Puccini stond voor de keuze om te verhongeren of een baan als leraar aan te nemen, toen zijn voormalige docent Amilcare Ponchielli hem attent maakte op een compositiewedstrijd die uitgeschreven was door uitgeverij Sonzogno. De opdracht betrof het componeren van een opera in één bedrijf. Ponchielli wist de librettist Fontana over te halen om het reeds voor een andere componist geschreven libretto van Le Villi aan een ‘onbekend en jong genie’ te geven. Puccini voltooide in slechts vier maanden tijd zijn eerste opera. Tot op de laatste dag werkte hij als een bezetene aan de partituur. Tijd om een versie in schoonschrift te maken was er niet. Bij de prijsuitreiking maakte de jury niet eens melding van het ingediende manuscript, waarschijnlijk omdat men zich de moeite van het lezen van Puccini’s handschrift had bespaard. De grote componist Arrigo Boito was echter overtuigd van de kwaliteiten van het werk. Hij wist de almachtige Verdi-uitgever Ricordi over te halen het werk in druk te laten verschijnen en zorgde er tevens voor dat de opera werd opgevoerd. Korte tijd later verscheen dan ook het volgende krantenbericht: ‘Vanavond gaat in het Teatro del Verme een opera in première die werd ingediend voor een wedstrijd maar geen prijs of zelfs maar een eervolle vermelding wist te behalen.’ Toen Le Villi op 31 maart 1884 voor het eerst werd opgevoerd was het theater tot de laatste plaats bezet. Het succes overtrof alle verwachtingen. Het publiek werd gegrepen door de pakkende en voor Puccini zo typische melancholische melodieën. In 1951 publiceerde uitgeverij Ricordi Puccini’s jeugdwerk, de Messa a quattro voci con orchestra, onder de imposante naam: Messa di Gloria. De mis is inderdaad een grootschalig opgezet werk voor tenor- en bariton-solist, gemengd koor en groot orkest. Puccini schreef het werk in 1880 in een periode waarin hij net als zijn componerende voorvaders probeerde een carrière op te bouwen als kerkmusicus. De mis oogstte aanvankelijk veel lof, maar Puccini’s leraar Angeloni vond hem ‘ietwat theatraal’. Toen Puccini in 1884 eenmaal een carrière als operacomponist begonnen was, hergebruikte hij een aantal delen uit zijn mis in zijn theaterwerken. Zo kreeg het Agnus Dei een nieuw leven als het madrigaal in Manon Lescaut. Andere fragmenten vormden de basis voor het Te Deum uit Tosca of scènes uit Suor Angelica. Puccini’s mis is een substantieel werk dat naast schitterende koorgedeelten vele momenten bevat die vooruitwijzen naar de melodieuze aria’s uit zijn latere werken. |
|
|---|---|