|
Igor Stravinsky The Rake’s ProgressAn opera in three acts Verstoord geluk en verspeelde kansen van een door het toeval plotseling rijk geworden jongeman waren in de Engelse kunst van de achttiende eeuw geliefde onderwerpen. De schrijvers van The Rake’s Progress, de Anglo-Amerikaanse dichter Wystan Hugh Auden en de Amerikaanse essayist Chester Kallman schreven in nauwe samenwerking met componist Igor Stravinsky het libretto voor een opera over ‘de levensloop van een losbol’. In dit verhaal komen lyrische, parodistische, sprookjesachtige en tragische elementen samen. De inspiratie voor de opera kwam toen Stravinsky in 1947 in het Chicago Art Institute stuitte op William Hogarths gelijknamige satirische en didactische reeks van acht kopergravures. Het verhaal werd aangevuld met een al sinds de middeleeuwen populair gegeven: dat van het pact met de duivel en de hierdoor onvermijdelijke ondergang van de held. The Rake’s Progress, Stravinsky’s enige avondvullende opera, kan gezien worden als een reactie op het romantische muziekdrama van de late negentiende en vroege twintigste eeuw. De componist valt bewust terug op stilistische elementen van de opera buffa van de tweede helft van de achttiende eeuw. Geraffineerd knoopt hij de zelfstandige nummers, die opmerkelijk geconstrueerde aria’s, ariosi, duetten, terzetten en ensembles blijken te zijn, aan elkaar met behulp van expressieve recitatieven die hij voorzag van klavecimbelbegeleiding. Stravinsky ging hierbij uit van het tonale schema en de muzikale taal van de galante en ‘empfindsame’ stijl die rond 1780 in zwang was. Het verhaal van de vlegel wordt verteld als een meeslepende revue van driehonderd jaar Europese operageschiedenis: Händel, Mozart, Rossini, Donizetti en Glinka worden geciteerd. De omvangrijkste partituur uit het oeuvre van de componist kan gezien worden als een klinkend commentaar op Stravinsky’s muziektheoretische opvatting zoals hij die in zijn Poétique musicale uiteenzette: de melodie neemt de belangrijkste plaats in onder de muzikale bouwstenen. ‘Kan een componist het verleden gebruiken en tegelijkertijd een stap voorwaarts zetten? Hoe het antwoord ook zal luiden met deze academische vraag heb ik mij gedurende de compositie niet bezig gehouden en ik zal haar ook nu niet ter discussie stellen hoewel mijn zogenaamde ‘achteruitlopen’ op mij de indruk maakt een radicale stap voorwaarts te zijn wanneer ik hem vandaag de dag vergelijk met vele zogenaamde progressieve opera’s.’ |
|
|---|---|