|
Benjamin Britten Peter GrimesOpera in a prologue and three acts Tijdens zijn verblijf in Californië in 1941 las Benjamin Britten de gedichtencyclus The Borough van George Crabbe (1754-1832). Deze dichter was evenals de componist afkomstig uit Aldeburgh in Suffolk en het lezen van de gedichten riep bij de componist gevoelens van heimwee op. ‘Plotseling begreep ik waar ik thuishoorde en wat ik nodig had. Ik was ontworteld geraakt.’ Nog tijdens zijn verblijf in Amerika begon hij aan de opera Peter Grimes waaraan de gedichtencyclus van Crabbe ten grondslag ligt en die de ontheemdheid van de mens als thema heeft. Na zijn terugkeer in Engeland vroeg hij de auteur en criticus Montagu Slater om op basis van Crabbe’s werk een libretto te schrijven. De tegenstelling die in het werk centraal staat, is die tussen de zee en het stadje. De zee is een metafoor voor de ontembare, zich steeds vernieuwende en niet te beïnvloeden levensloop. Het stadje levert een onophoudelijke collectieve strijd tegen de zee en probeert zijn frustraties te compenseren door een vijandige houding tegenover andersdenkenden in te nemen. Dit leidt uiteindelijk tot massahysterie en heksenjacht. De visser Peter Grimes is bij Crabbe een brutale vechtjas, drinkebroer en dief, die pas tevreden is wanneer hij een wezen met gevoel aan zijn macht onderworpen heeft. In de opera is hij een typische Brittenfiguur: een outcast tegen wil en dank, een zonderling die zich afzet tegen de maatschappij, een gesloten persoonlijkheid met veel verborgen drijfveren, die, hoewel hij verbitterd en haatdragend overkomt, ook gevoelig is en medelijden, schaamte en berouw toont. Dat men hem ervan verdenkt verantwoordelijk te zijn voor de dood van meerdere leerjongens, waardoor hij het stempel van kindermoordenaar opgedrukt krijgt, is een noodlottig toeval. Door de houding van de starre gemeenschap wordt hij tot waanzin en de dood gedreven. Grimes is een zonderling die veracht wordt |
|
|---|---|