Twitter Facebook YouTube
  Language/Sprache
  in English
  auf Deutsch
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
Achtergrond
 
- +

Claude Debussy

Pelléas et Mélisande

Drame-lyrique en cinq actes
Op tekst van Maurice Maeterlinck (1902)

Pelléas et Mélisande vertelt de tragische geschiedenis van een driehoeksrelatie tegen de achtergrond van een symbolistisch sprookje. Golaud, kleinzoon van koning Arkel, verdwaalt tijdens de jacht in het bos en treft daar het schuchtere meisje Mélisande aan. Haar kwetsbaarheid oefent een grote aantrekkingskracht uit op de prins. Nadat Golaud het meisje naar het kasteel van zijn grootvader heeft gebracht, treft Mélisande Golauds halfbroer Pelléas aan. Tussen Pelléas en Mélisande bloeit spoedig een fatale genegenheid, een dodelijke zielsverwantschap op. Bij weinig opera’s is de synopsis zo eenduidig en tegelijkertijd zo ontoereikend. De eigenlijke gebeurtenissen en wezenlijke aspecten van deze opera treffen we tussen de regels en tussen de noten aan, in kleine nuances, in stemmingen en het onzegbare. Oppervlakkig gezien zou de handeling ook geschikt zijn als uitgangspunt voor een belcanto-opera met liefdesduetten, jaloezie- en wraakaria’s. Van dit alles treffen wij bij Debussy niets aan.

‘Het drama Pelléas et Mélisande, dat ondanks zijn dromerige atmosfeer veel meer over het menselijk bestaan zegt dan de zogenaamde ‘levensechte’ literatuur, leek op wonderbaarlijke wijze perfect aan te sluiten bij mijn bedoelingen. Het wordt gekenmerkt door een geheimzinnig, bezwerend taalgebruik waarvan de sensibiliteit door de muziek en haar orkestrale uitwerking kan worden overgenomen. Daarom heb ik geprobeerd aan een zeker schoonheidscriterium te voldoen, iets dat men vreemd genoeg meestal vergeet wanneer het gaat om de dramatische werken. De personages in dit drama proberen te zingen zoals échte mensen dat doen en niet in een willekeurig gekozen taal van een verouderde traditie!’

Maurice Maeterlincks gelijknamige toneelstuk werd in 1893 in Parijs enthousiast ontvangen en zou in een relatief korte periode van veertien jaar de inspiratie vormen voor maar liefst vier muzikale scheppingen van hoge kwaliteit. Gabriel Fauré’s toneelmuziek uit 1898, Arnold Schönbergs symfonische gedicht uit 1902-1903, Jean Sibelius’ toneelmuziek uit 1905 en natuurlijk Debussy’s lyrische drama uit 1893-1902. Maeterlincks toneelstuk was door zijn ‘triomf der dialectiek van de verlichting’ (Egon Friedell) een typisch product van de tijdgeest. Men was de overheersing van het naturalisme moe geworden en met ongeduld werd uitgekeken naar een nieuwe kunstopvatting. Een meer ‘idealistische’ kunst die in plaats van het tastbare het ongrijpbare benadrukte en in plaats van de schrille werkelijkheid meer een symbolische verwijzing gaf naar het er achterliggende. Dit, ook door Debussy gekoesterde ideaal,was het merendeel van zijn tijdgenoten uit het hart gegrepen.

Zoals in het toneelstuk de relaties tussen de personages vol duistere en raadselachtige gebieden blijven, zo is ook de muziek van Debussy en dan met name het harmonische aspect daarvan, vaak raadselachtig te noemen. Als een zinsbegoochelend mozaïek zijn de onderdelen van de opera samengesteld en boven het in subtiele nuances geweven orkestrale tapijt zweven de zangstemmen die zich uitdrukken in conventionele en in de opera zeer gebruikelijke duetten en ensembles. In die zin lijkt Pelléas et Mélisande schatplichtig te zijn aan Wagners Tristan und Isolde maar Debussy’s muziekdrama is door zijn tegengestelde en daarom buitengewoon fascinerende lyrische tederheid onmiskenbaar een product van de Franse esthetische beweging van de vroege twintigste eeuw.