|
Johann Strauss Die FledermausKomische Operette in Drei Akten
Vanavond vindt een spectaculair feest plaats ten huize van de schatrijke excentrieke prins Orlofsky. De vraag is alleen, hoe kom je daar als gewone sterveling binnen en wat trek je aan? Welke veroveringen zijn er te maken? Voor je het weet ga je op in het turbulente dansfestijn. Ondergedompeld in de roes van de wals en de champagne, achter maskers en beschermd door een valse naam hopen alle aanwezigen op de vervulling van heimelijke wensen. Kunnen al die fantasieën inderdaad in één nacht waarheid worden? Geen wonder dat op de roes van de nacht een ontnuchterende kater volgt. Alle maskers moeten worden afgelegd en het is de vraag hoe pijnlijk het zal zijn om de draad van het leven van alle dag weer op te pakken. Wat is er in de tussentijd gebeurd? Was het inderdaad allemaal maar een grap, een maskerade, een niemendalletje? Over één ding kunnen we het met z’n allen eens zijn op de ochtend na de avond die ervoor kwam: ‘Champagner hat’s verschuldet...’ het is natuurlijk allemaal de schuld van teveel drank... Die Fledermaus geldt als oervoorbeeld voor alle Duitstalige operettes en tevens als de best geslaagde. Jacques Offenbach had al interesse getoond in het oorspronkelijke toneelstuk van zijn vaste tekstschrijvers Meilhac en Halévy. Johann Strauss de jongere had intussen in heel Europa grote roem verkregen als componist van dansmuziek en was met veel succes in de voetsporen van zijn vader getreden. Aangemoedigd door Offenbach zélf en het succes van diens operettes in Wenen besloot Johann Strauss junior zich op vijfenveertigjarige leeftijd te wijden aan het nieuwe fenomeen operette. Na Indigo (1871) en Der Carneval in Rom (1873) ging Die Fledermaus op 5 april 1874 in première in Wenen. Deze derde van de uiteindelijk zestien operettes die Strauss zou schrijven was in eerste aanleg een mislukking. De gevreesde Weense muziekcriticus en Brahmsadept Eduard Hanslick vond in het nieuwe werk ‘helemaal niets mousserends en prikkelends’ terug. Pas na opvoeringen in Berlijn en Parijs veroverde Die Fledermaus de overige Europese theaters en uiteindelijk ook weer de hoofdstad van de ‘Kaiserliche und Königliche’ dubbelmonarchie. De nadruk op de dansmuziek, de herinnering aan het traditionele Weense Singspiel en de daarvan afgeleide ‘Posse mit Gesang’, die net als de beruchte Opéras bouffes van Offenbach sterk parodistisch en cabaratesk van aard was, maakte het uiteindelijk mogelijk dat het publiek het werk accepteerde als onmiskenbaar Weens. De wals werd het belangrijkste muzikale bestanddeel van alle Weense operettes en werd bij hoge uitzondering ingewisseld voor de nog opwindendere can-can-achtige Galopp. Dankzij het oproepen van de roes van het onbeteugelde genot, de scherpe humor en de sprankelende melodieën werd een feitelijk onschuldige jaloezie- en huwelijksklucht een meeslepend meesterwerk, ‘een gloedvolle apotheose van een champagneroes die de maatschappij eerlijk verdiend had nadat zij zich onvergelijkbare inspanningen had getroost om het goede oude Oostenrijk aan de rand van de afgrond te brengen...’ (Ernst Krenek) |
|
|---|---|