|
Trouw Door Peter van der Lint Nanco de Vries redt sterke Nabucco bij de ReisoperaWat een geluk dat de Nederlandse bariton Nanco de Vries in de buurt van Utrecht was zaterdagavond. Met nauwelijks meer voorbereidingstijd dan een uur zong hij vanuit de orkestbak de titelrol in Verdi's Nabucco, terwijl zijn door griep gevelde collega Anooshah Golesorkhi de rol van de Babylonische koning op het toneel speelde en mimede. Zo kon de voorstelling van de Nationale Reisopera in de uitverkochte Stadsschouwburg in Utrecht gewoon doorgaan. En niemand hoefde zich bekocht te voelen, want De Vries, die eerder bij de Reisopera de rol van Scarpia in Tosca zong, liet weinig wensen onvervuld. Eenmaal gewend aan de mimende Nabucco leidde niets af van de sterke voorstelling. Wel een risico om Golesorkhi met al die bacillen mee te laten spelen, want zo'n virus waart natuurlijk rond en maakt met graagte nieuwe slachtoffers. Met Verdi's opera uit 1842 begon een nieuw tijdperk voor de Italiaanse opera. De muziek kreeg een nieuw soort energie, een ongegeneerde, haast lijfelijke aanwezigheid met opzwepende ritmen en grote op het gevoel gecomponeerde koorscènes. Zaterdagavond klonk die vernieuwing, de natte inkt van de partituur zogezegd, in elke maat door. Dirigent William Lacey wist met een gedreven spelend Gelders Orkest de meer luidruchtige bombast schitterend af te zetten tegen de ingenieuze details; details die Verdi wel degelijk ook in zijn partituur verstopte, maar die je haast nooit te horen krijgt. En naast het uitstekende orkest wist ook het Koor van de Nationale Reisopera behoorlijk indruk te maken. Verdi bedacht hen met schitterende muziek, waarvan het onverwoestbare 'Slavenkoor' in deze uitvoering een hoogtepunt was. Mooi om deze 'dijenkletser' weer eens in context, en prachtig mezza voce gezongen, te horen. Het verhaal over twee stiefzusjes die vechten om de liefde van hun vader Nebukadnezar, om een schone jongeling en om geloof en macht werd door regisseur Tim Albery naar een Tsjernobyl-omgeving verplaatst. De joden hebben enorme geschriften, hun onderdrukkers wapperen met kleine Mao-boekjes. Het geschreven woord staat hier voor cultuur, waarmee naar hartelust gesmeten kan worden. Ondanks 'moderne' clichés in decor en kostuums werkte Albery's regie toch krachtig. Elena Pankratova (Abigaille) wist het boze in haar rol energiek op te roepen, maar leverde de intonatie daarvoor te vaak in. In de kleine rollen zongen Philip O'Brien (Ismaele) en Hilke Andersen (Fenena) mooi en overtuigend. En zoals gezegd: Golesorkhi hoefde zich voor de stem die hij playbackte niet te schamen. |
|
|---|---|