|
Algemeen Dagblad Door Oswin Schneeweisz Muzikale kwaliteit houdt bordkartonnen en militaristische NabuccoovereindEen keer googelen op de combinatie 'Nabucco' en 'Palestijnen' levert 15.800 hits op. Origineel is de Nabucco van regisseur Tim Albery, waarin een schuilkelder een rol speelt, dus niet. Wat je ziet is wat je krijgt: meer diepgang valt niet te ontdekken in de enscenering van Albery. Nergens gaat zijn regieconcept echt onder de huid. Nergens worden de menselijke relaties uitgediept: het blijft allemaal bordkarton. Het is de zoveelste Nabucco met klappertjes-pistolen en militaristische vrijheidsstrijders. Dat zou nog niet erg zijn, als er op het podium iets verrassends gebeurt. Maar helaas, elke scène is voorspelbaar. Geen moment heb je bij deze voorstelling gevoelens van verbazing, verwondering of ontroering. Het is vooral de muzikale kwaliteit die deze Nabucco overeind houdt. De jonge Britse dirigent William Lacey (eerder bij de Reisopera te gast in Les Contes d'Hoffmann) levert vakwerk, vooral in een opvallend ingetogen en verfijnd klinkend Va Pensiero, het bekende slavenkoor. Nergens gaat Lacey met zevenmijlslaarzen door Verdi's partituur. In elke maat is hij op zoek naar nuance, helderheid en intimiteit. Ze mogen er zijn: de vele koorpassages, waar deze opera tegenwoordig zo bekend om is. De bronstige, licht ontvlambare stem van Nabucco (Anooshah Golesorkhi), de vocale dramatiek van Abigaille (Elena Pankratova) en Fenena (Hilke Andersen): de Nationale Reisopera heeft een paar uitstekende solisten bij elkaar gezet. Zo wordt het toch nog een leuke avond. |
|
|---|---|