Sprankelende en eigentijdse opéra comique
Theatercentraal.nl
door Celia Noordegraaf
Waar komt Robinson Crusoe beter tot zijn recht dan op een eiland, moet de Nationale Reisopera hebben gedacht toen ze zich voorbereidde op een voorstelling op Oerol. Offenbachs komische opera uit 1879 werd door een aantal jonge kunstenaars herschapen tot een megaleuk, superactueel stuk dat het genre opera voorgoed van alle stoffigheid ontdoet. Het Nederlands blijkt een prima operataal en ook in de open lucht verrassend goed te verstaan.

De familie waar Robinson deel van uitmaakt, heeft het o zo gezellig. Ze genieten van alles en vooral van elkaar. Ze eten er lekker van, doen op zijn tijd een spelletje, kortom, ze hebben het helemaal voor elkaar. Spel en zang van het in roze en wit gehulde gezin stromen over van kneuterigheid en wekken op een aanstekelijke manier de lachlust op. Het is waarschijnlijk niet eerder in de Nederlandse operageschiedenis voorgekomen, dat een ode op de kipfilet met langgerekt fileeeeeh zulke hoge ogen bij het publiek gooide. ‘Robinson Crusoe’ wordt gespeeld in een zandafgraving op Terschelling-Oost. Regisseur Marcel Sijm buit de mogelijkheden van deze locatie fantastisch uit.
De jonge Robinson Crusoe is te laat thuis. Hij moest stofzuigerzakken halen, maar is in plaats daarvan blijven dromen bij de zee. De stem van de zee wordt prachtig vertolkt door vier zangers boven aan het duin: “Wij zijn de roep van de zee, ga mee”, zingen ze tegen de achtergrond van de blauwe lucht met de zee niet ver weg.
Robinson kan de roep van de zee niet weerstaan, ook al doet zijn familie alles om hem ervan te weerhouden. Ook zijn zus zou dolgraag weg willen, maar durft niet. De familie verzint uiteindelijk een plan en stuurt Robinson volledig gepamperd op reis. Voorzien van zwemslippers, duikbril, extra ondergoed en brandblusser klautert hij het duin op, een uiterst hilarische scène.
De kostuumontwerpers en grimeurs van de Nationale Reisopera hebben zich in Robinson Crusoe heerlijk uit kunnen leven. Vooral in het laatste bedrijf wanneer Robinson op het ‘onbewoonde eiland’ aankomt en de locals ontmoet. Vader Crusoe is werkelijk geweldig gekostumeerd als kannibaal en ook moeder mag er zijn. Vertaalster Anne Lichthart herschiep het klassieke libretto in moderne, en vaak zeer humoristische songteksten. “Van kop tot kuit, lepelen ze je schedel uit”, zingt moeder bijvoorbeeld over de kannibalen.
Ondanks alle grappen en grollen heeft Robinson Crusoe een mooi, universeel thema. Op een subtiele manier leren de ouders er in Robinson Crusoe vrede mee te hebben, dat hun kinderen uitvliegen uit het nest. Van ‘bijelkaarheid’ komen ze tot ‘uitelkaarheid’, met als prettig bijkomend resultaat ‘weer tijd voor elkaar’.
De Nationale Reisopera geeft jonge kunstenaars in het Resident Artists Programme de kans om een voorstelling te maken met in dit geval een subliem resultaat. Zowel het libretto als de muziek zijn grondig onder handen genomen en herschapen in een wervelende voorstelling van ongeveer een uur. Er wordt met twee casts gespeeld, vanwege de weersgevoeligheid van de stemmen in de open lucht. Op zaterdagmiddag in de stralende zon klonken ze in elk geval zo helder als glas.
De begeleidende muziek – vanuit een zandbak – met grappige citaten uit de hedendaagse muziek sluit naadloos aan bij de sprankelende presentatie van de zanger-acteurs. Kortom, een topvoorstelling.
Foto: Celia Noordegraaf