We hebben er jarenlang keihard voor gevochtenReisopera opent Nationaal Muziekkwartier in Enschede Telegraaf Vrijdag 21 november 2008 door Thiemo Wind ‘Een nieuw operatheater open je niet met een Aida en olifanten’, vindt Guus Mostart, de intendant van de Reisopera. Daarom beleeft het publiek vanavond een wereldpremière als in Enschede het Nationaal Muziekkwartier wordt geopend in bijzijn van koningin Beatrix. Hôtel de Pékin heet de opera die Willem Jeths wijdde aan Cixi, de laatste keizerin van China. Een goed geoutilleerd Muziekcentrum met een grote en kleine concertzaal had Enschede al, en ook een conservatorium. Nu is daar een fors complex bij gezet, een multi-functioneel muziek- en theatercentrum met drie zalen, kantoorruimtes, oefen- en lesruimtes. Het biedt onder meer onderdak aan de muziekschool en poppodium Atak. De Nationale Reisopera is in dit Muziekkwartier een wat vreemde eend in de bijt. ‘We blijven een landelijke instelling met een reisverplichting’, zegt Mostart. ‘Dat wordt niet door iedereen begrepen. Wij staan eigenlijk maar aan de zijlijn met zes tot tien voorstellingen per jaar. Maar dit theater is ongelooflijk belangrijk voor ons. We hebben er lang voor gevochten.’ Veertien jaar, om precies te zijn. ‘Er zijn ooit ideeën geweest als Reisopera uit Enschede weg te trekken. Mijn voorganger Louwrens Langevoort zag met de Twentse Schouwburg geen mogelijkheden voor verdere ontwikkeling. Dat heeft de gemeente voortvarend opgepakt. Zo zijn de plannen gerezen voor een theater waarmee de Reisopera logistiek, akoestisch en technisch goed uit de voeten kan, en een volgende stap in zijn ontwikkeling kan maken. Bij de totstandkoming zijn we nauw betrokken geweest.’ ‘Wij hebben als gebaar een convenant gesloten dat we ons voor minimaal twintig jaar aan deze stad binden. Daar krijgen we veel voor terug. Voortaan zullen in principe al onze premières in Enschede plaatsvinden. Daarnaast kunnen we 120 dagen per jaar over het theater beschikken. Een geweldige deal.’ ‘In dit theater zal de Reisopera de komende jaren ook Der Ring des Nibelungen van Wagner realiseren, een productie waarmee niet door het land wordt gereisd. Een riskante onderneming, al geeft de provincie Overijssel er extra subsidie voor. De vier afleveringen worden eerst apart geproduceerd, om in het Wagner-herdenkingsjaar 2013 als volledige cyclus ten tonele te worden gevoerd. ‘Een grotere proeve van bekwaamheid kan een operagezelschap niet afleggen’, zegt Mostart. ‘Maar je bent geen knip voor de neus waard als je zulke ambities niet hebt.’ Het moge duidelijk zijn dat Mostart met zijn Reisopera van harte in Twente blijft. ‘Je merkt dat er een nieuw elan in deze stad is ontstaan. Er wordt geknokt om van Enschede een prachtige gemeente te maken waar zowel inwoners als bezoekers zich thuis voelen. Het begint hier te bruisen, mensen zijn trots op wat er gebeurt. Dit Muziekkwartier komt precies op het goede moment. Het is een pluim op de ontwikkeling van Enschede.’ Het neemt niet weg dat Mostart zich zorgen maakt over de toekomst. „Die nieuwe fase in onze ontwikkeling staat een beetje op losse schroeven door de subsidiekortingen die ons om de oren vliegen. Dat is teleurstellend, als ik me voorzichtig uitdruk." Iedere kunstinstelling heeft daarmee te kampen, erkent Mostart. Maar voor een reisgezelschap dat afhankelijk is van uitkoopsommen die door de schouwburgen worden betaald, is verhoging van de eigen inkomsten extra lastig. ‘De toekomstige subsidiëring betekent dat we eigenlijk geen vijf producties per seizoen meer kunnen maken. We zouden moeten terugvallen naar vier. Dat is noch voor ons, noch voor het ministerie acceptabel. Aan kwaliteit inboeten is het laatste wat ik wil. Dan word je gedwongen na te denken over de inrichting van je bedrijf. We hebben een gezelschap waar mensen fulltime in dienst zijn om zeven producties per jaar te maken.’ ‘Ik vind het zeer onverdiend wat er gebeurt. We zitten artistiek al jaren in de lift. Ik ben nu acht jaar intendant en er is nooit een cent bijgekomen, alleen maar gekort, Op een gegeven moment raak je door die reserves heen. Ik maak geen brokken, eind 2008 komen we keurig op nul uit, maar een buffer is er niet meer. De financiële toestand is mijn enige frustratie.’ |
|
|---|---|