Twitter Facebook YouTube
  Language/Sprache
  in English
  auf Deutsch
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
Vurige en geestige Siegfried
 
- +

28 september 2011

NRC Handelsblad
27 september 2011
Door Mischa Spel

Vurige en geestige Siegfried

Een wagneriaans drama - zo kun je het lot van de Nationale Reisopera samenvatten. De Reisopera krijgt vanaf 2013 60 procent minder subsidie en houdt dan op te bestaan in zijn huidige vorm. Het slotakkoord zal groots zijn: het huis brengt dan net het laatste deel van zijn topproductie van Wagners
Der Ring des Nibelungen symbolisch genoeg over de ondergang van de godenwereld.

De eerste twee delen van de 'Ring van het Oosten' waren schoolvoorbeelden van waar een klein operahuis groot in kan zijn: in eenvoud excellerende producties waarin de godengeschiedenis werd verbeeld als ondergang van een familie aan de voet van 'Toverberg' Walhalla. Wagner meets Thomas Mann, kortweg.

De derde
Ring-opera Siegfried is door de talrijke, monochrome scènes zonder vrouwenstemmen en de kinderboekachtige humor de lastigste van de vier. Maar Antony McDonald (regie, decors en kostuums) neemt de draad van scherpe eenvoud gewoon weer op en smeedt alle hindernissen om tot geestig, intiem totaaltheater.

De imponerende Amsterdamse design-
Ring (in 2014 nog een keer bij de Ned. Opera) richtte zich op de mythe. De Reisopera focust op de mens achter de mythe; zijn motieven, eigenaardigheden en suffe gebreken. Memorabel is meteen de schemerige beginscène. Gifdwerg Mime (clichévrije karakterrol van Adrian Thompson) graait baby Siegfried uit zijn wiegje en voedt hem op in zijn smidse: hier een loods in jarenvijftigstijl, muf van neppe nestwarmte.

Uiteindelijk wil Mime de Ring en brouwt hij een slaapdrank om zijn 'heldenspruit' over de kling te jagen. Verraad! Maar de intrige wekt hier vooral de lachlust: het geluid van de op de grond tikkende slaappillen gaat een droogkomisch contrapunt aan met het felle gehamer van Siegfried, die simultaan zijn heldenzwaard Nothung aaneen smeedt.

Een ander hoogtepunt is de dood van de draak/reus Fafner (twee oplichtende loeroogjes) die op het moment suprême toch over de spektakelkracht van een Eftelingattractie blijkt te beschikken.

Muzikaal excelleert deze
Ring door toedoen van dirigent Ed Spanjaard, die bij de première ook werd onthaald op een donderovatie van on-Hollandse vurigheid. Terecht: het op de toppen van zijn kunnen spelende Orkest van het Oosten realiseert onder Spanjaards zorgvuldige leiding een warme, gepassioneerde Wagner. Rijk aan details, groots in spanningsbouw, puntig in de ritmische details. En in volume en ritmische elasticiteit steeds dienstbaar aan zangers als de felle Judit Németh (Brünnhilde) en Harry Peeters - overtuigend als de ook een beetje deerniswekkende donderpatriarch Wanderer/Wotan.

Hét probleem van
Siegfried is de titelrol: omvangrijk en loodzwaar. Dat de Reisopera hiervoor de uitstekende Estse tenor Mati Turi opspoorde, is het zoveelste brevet van hogere Wagnerkunde. Turi's warme timbre mist een felle heldenglans, maar zorgt er wel voor dat hij tot en met zijn liefdesduet met Brünnhilde (duur: drie kwartier) fier overeind blijft.

Met de Ring reist de Reisopera niet. Maar als er een Michelingids voor opera zou bestaan, was het advies: de reis naar Enschede meer dan waard.