27 september 2011
De Twentsche Courant Tubantia
26 september 2011
Door Ellen Kruithof
Prima zangwerk in Siegfried
De tweede dag van de Ring opera’s is een lange: Siegfried duurt 4,5 uur. De titelrol is erg zwaar, de Estse tenor Mati Turi moet alle aktes zingen.
Gedurende de eerste twee aktes is hij de onverschrokken held, voor niemand bang. In de derde akte staat hij opeens te trillen bij de aanblik van Brünnhilde, de vrouw die hij wakker kust uit jarenlange slaap. Zowel Brünnhilde als Siegfried is op slag verliefd, maar ze moeten allebei hun angsten overwinnen om uiteindelijk hun liefdesduet aan het slot te kunnen zingen. Pas bij het slotapplaus was de inspanning Mati Turi aan te zien, even daarvoor had hij met Brünnhilde (een uitstekende rol van Judit Németh) nog schijnbaar zonder moeite een heftig liefdesduet gezongen.
In vergelijking met de derde akte, waar vrouwen een grote rol spelen, kennen de eerste twee aktes veel actie. Siegfried smeedt zelf een nieuw zwaard om daar in de tweede akte het monster Fafner mee te doden. Het interessante personage in de eerste helft is Mime, de dwerg die Siegfried heeft opgevoed. Het quasi-liefdevolle en de dubbele agenda van Mime werden uitstekend vertolkt door Adrian Thompson.
Het Orkest van het Oosten speelde heel soepel onder Ed Spanjaard, die er steeds voor zorgde dat de zangers voldoende ruimte kregen. De dynamiek en gelijkheid van zang en muziek waren erg goed.
Voor het lage register is het een geweldige opera: steeds weer klonken tuba en contrabastrombone. Het zou mooi zijn als de voorgeschreven contrafagot ook meedeed. Regisseur Antony McDonald had zich te houden aan de vele details die Wagner al voorgeschreven heeft, zoals de inrichting van de smidse in de eerste akte, met een haard, een blaasbalg, een aambeeld en een waterbak.
De ‘Stimme eines Waldvogels’ was in de versie van de NRO echt aanwezig, eenmaal zingend (Machteld Baumans) en eenmaal dansend (Bruno Barat). De vormgeving was wisselend gelukt: het verhoogde bed van Brünnhilde afgezet met zwaarden zag er goed uit, het monster uit de tweede akte was knullig, te zeer karton.
Samenvattend was het een uitstekende productie met prima zangers. Het sterke punt van de Reisopera is de casting: van de acht zangers zongen er vijf hun rol voor de eerste keer, waaronder zware rollen als die van Siegfried en Mime. De vraag is of dergelijke uitstekende zangers in de toekomst nog een kans krijgen.