16 juni 2011
Aan de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Enschede, 16 juni 2011
Geachte dames en heren,
Twee jaar geleden is de Nationale Reisopera geselecteerd om als langjarig gesubsidieerde instelling deel uit te maken van de basisinfrastructuur (BIS). Met de handhaving van het gezelschap in de BIS spreekt het kabinet uit dat de Nationale Reisopera wezenlijk onderdeel uitmaakt van onze nationale culturele infrastructuur.
Op verzoek van het Ministerie van OCW heeft zowel in 2008 en 2010 een intensieve beoordeling plaatsgevonden door een internationaal samengestelde Visitatiecommissie. Onze maatschappelijke relevantie, artistieke kwaliteit, innovatie, productiviteit, publieksbereik, educatie en kwaliteit van bedrijfsvoering werden steeds van zeer goed tot excellent beoordeeld. Ook door pers en publiek worden onze producties keer op keer met enthousiasme ontvangen.
De voorgenomen korting van meer dan € 5 miljoen (60%) is daarom een vorm van ongelijke behandeling die iedere rechtvaardiging of onderbouwing ontbeert.
De korting betekent niet alleen het einde van de Nationale Reisopera, maar tevens afbraak van het internationale talentontwikkelingsprogramma van de Nationale Reisopera (Resident Artists Programme) en de belangrijke maatschappelijke rol die het gezelschap vervult. Bijvoorbeeld door het stageprogramma ‘Opera On Stage’, samenwerkingsprojecten met amateurs en de inmiddels zeer gewaardeerde educatieve programma’s voor lagere en middelbare scholen. Het is de afbraak van meer dan vijftig jaar investeren in menselijk en artistiek kapitaal. Ook de investeringen in infrastructuur, zoals het Nationaal Muziekkwartier en een nieuw gebouw voor de Nationale Reisopera, zijn vormen van kapitaalvernietiging.
De Nationale Reisopera moet afscheid nemen van 100 professionele werknemers: timmerlui, schilders, grimeurs, kostuumnaaisters, kleedsters, belichters, inspiciënten, technici, kantinemedewerkers, zangers, boekhouders, secretaresses en productiemedewerkers.
Hier staat een wachtgeldverplichting van € 19 miljoen tegenover. Dit nog afgezien van de overige lopende verplichtingen.
Een opera producerend bedrijf is uiterst complex wat betreft organisatie, coördinatie en logistiek. Het reizen met operaproducties is een specialisme dat in meer dan 50 jaar werd opgebouwd. Ensemblegeest, professionaliteit, ambachtelijkheid en ervaring zijn belangrijke kwaliteitsbepalende factoren.
De gevolgen van deze onevenredige bezuiniging staan haaks op het door de staatssecretaris gehanteerde uitgangspunt van een kwalitatief hoogwaardig aanbod in het hele land. In het geval van een gemiddelde bezuiniging van 20% kan de Nationale Reisopera nog wel als operahuis blijven functioneren.
De wachtgeldverplichting wordt hiermee gereduceerd tot circa 8 miljoen.
Wij doen een dringend beroep op de Tweede Kamer af te zien van deze ongemotiveerde en disproportionele bezuiniging van 60% op ons huidige budget. Er bestaat geen enkel inhoudelijk argument voor deze ongelijke behandeling van de Nationale Reisopera in relatie tot de andere Nederlandse topinstellingen met nationale en internationale uitstraling. Wij verzoeken u daarom de Nationale Reisopera niet zwaarder te treffen dan de cultuursector als geheel. Slechts op deze wijze kunnen wij blijven functioneren als compleet operahuis en kan reputatieschade worden voorkomen. Het gezelschap kan een volwaardig aanbod aan kwalitatief hoogwaardige producties in het hele land blijven aanbieden.
De NRO heeft historisch gezien de taak dit aanbod te verzorgen en doet dit op een uitstekende en efficiënte manier. Ook in vergelijking met internationale operahuizen. Daar zijn we trots op, er is geen enkele reden dit te veranderen. De belangrijke maatschappelijke rol van de Nationale Reisopera blijft hiermee in stand.
De Nationale Reisopera is alleen al om redenen van fatsoen en behoorlijk bestuur van mening dat het gezelschap meer tijd moet krijgen om zorgvuldig die maatregelen te kunnen treffen die noodzakelijk zijn. Als langjarig gesubsidieerde instelling heeft de Nationale Reisopera de seizoenen 2012-13 en 2013-14 reeds lang gepland. Contracten zijn afgesloten en de voorstellingen zijn voor een groot gedeelte verkocht. Indien het gezelschap met 60% wordt gekort, moeten deze verplichtingen worden afgekocht. Hier staan geen inkomsten tegenover.
De wijze waarop de staatssecretaris op dit moment opereert, heeft tevens onaanvaardbare consequenties voor de verdere planning en de bedrijfsvoering van het gezelschap. Immers: februari 2012 is de deadline voor de beleidsplannen van de gezelschappen, waarna pas in november/december 2012 definitief bekend wordt, welke instelling per 1 januari 2013 subsidie ontvangt. Op dit moment is niet duidelijk hoe het orkestenbestel wordt ingericht en wat dit voor consequenties heeft voor de begeleiding van opera in de regio. Ook met de orkesten kunnen dus nog geen afspraken worden gemaakt.
Voor een langjarig gesubsidieerde instelling, wat de Nationale Reisopera momenteel nog steeds is, is dit een onbetamelijke gang van zaken. Een beschikking over een stelselwijziging is tot op heden niet ontvangen.
Het spreekt vanzelf dat wij, ook in het belang van ons publiek, gedwongen worden alle juridische middelen die ons ten dienste staan, aan te wenden tegen de uiteindelijke beschikking dit stelsel te wijzigen.
Boven alles hopen wij echter op een verstandige politieke beslissing waardoor een juridisch traject niet nodig zal zijn en een basisaanbod van kwalitatief hoogwaardige opera buiten Amsterdam blijft gegarandeerd.
Met vriendelijke groet,
Guus Mostart, Intendant
Jacques Wallage, Voorzitter Raad van Toezicht