|
31 maart 2011
De Twentsche Courant Tubantia ‘Geen sensatie, geen JCSuperstar’‘This is beautiful, really beautiful.’ Dale Duesing, regisseur, heeft tranen in zijn ogen. Het slotkoor heeft geklonken, de Heer is begraven. Op het podium staan alle zangers rond het evangelieboek dat zojuist als in een graf op de vloer is neergelegd. „Geweldig zoals ze dat deden”, zegt hij even later. „Dit raakt me in het hart. Eigenlijk is dat het enige criterium: dat je met deze uitvoering iets teweegbrengt in het hart van alle mensen die ernaartoe gaan.” Hij zit in de zaal van het Muziekkwartier, de Engelse zanger en regisseur Dale Duesing. Honderden keren zong hij zelf de Matthäus en Johannes mee, maar ook dit is voor hem volslagen nieuw. „Ik heb het nooit gedaan en er eigenlijk ook nooit over gedacht. Een passie van Bach als schouwspel in het theater: voor sommigen is dat vloeken in de kerk, zeker in Nederland met zijn lange en eerbiedwaardige Bachtraditie. Nu, na al die repetities, kan ik alleen maar zeggen dat ik voor de volle honderd procent geloof in dit project.” De decors op het podium doen in de verste verte niet denken aan het Jeruzalem van 2000 jaar terug. Er staan boekenkasten en een bureau met schemerlamp: de werkplek van de schrijver en evangelist Johannes, de eigenlijke hoofdfiguur van Duesings passie. „Hij is degene die het verhaal opschrijft en vertelt. En dat verhaal is er een voor alle tijden. Dus geen Romeinen en historische kostuums, maar een zo tijdloos en sober mogelijke aankleding. Als ik denk aan die woedende menigte van toen, denk ik aan het oproer in de straten van al die Arabische steden. Een bevolking die onrustig is, doet altijd dingen waar ze later spijt van heeft.” Twee dingen staan voor Duesing bij deze theaterversie van de Johannes Passion voorop: aan de muziek van Bach mag geen noot veranderd worden en op het toneel is elke vorm van sensatie taboe. „Voor spektakel moet je naar de Passiespelen. Of naar Jesus Christ Superstar. Of, desnoods, The Passion of the Christ. Maar spektakel verdraagt zich niet met Bach.Wat wij het publiek bieden is een moderne theatervoorstelling die vermaakt en inspireert. De passies van Bach hebben iets theatraals. Hijzelf wilde maar één ding: dat mensen het verhaal begrepen. In onze tijd kan het beeld daarbij helpen. Zo komt het verhaal beter binnen, zeker bij de generaties die steeds minder weten over het christelijk geloof.” Een EO-productie is de Johannes Passion van de Reisopera zeker niet. „De Jezus in dit stuk is geen verklede Arie Boomsma”, zegt Guus Mostart, de intendant van het Enschedese gezelschap. „Wij doen dit niet om mensen te bekeren, maar omdat we de overtuiging hebben dat we ze een bijzondere theaterervaring bieden. Deze Johannes dringt niemand iets op. Het is een voorstelling vol ingehouden emoties, maar met een onderhuidse spanning die elk moment naar buiten kan komen.” Twee jaar geleden was hij degene die op het idee kwam Bach voor het eerst in Nederland uit te voeren als een opera. „Ik kende dit uit Engeland en heb me altijd afgevraagd of zoiets ook in Nederland mogelijk was. Veel mensen zien dit wellicht toch als heiligschennis, als een ontering van Bach op het podium. Terwijl ik zelf juist de overtuiging heb dat het een meerwaarde kan hebben. Luisteren en zien: voor veel mensen zou dat een extra verdieping en ervaring kunnen geven. Als het goed is, moet het publiek vergeten dat het naar een opera zit te kijken.” De uitvoering is een uitdaging. Voor het koor van de Reisopera, dat gewend is aan grote operakoren, maar ook voor de solisten. Evangelist Robert Burt, die met afstand de zwaarste rol heeft, begon al in oktober vorig jaar met het uit zijn hoofd leren van de Duitse evangelietekst. Elke dag, tussen al zijn andere rollen door, was hij er gemiddeld een uur mee bezig. „Een heidens karwei”, zegt hij met een glimlach. „Normaal zing je van blad. Maar, man, wat had ik dat er graag voor over. Ik heb hier jaren naar toe geleefd. Toen ik hoorde dat de Reisopera het ging doen, heb ik me min of meer zelf aangeboden. Ik wil dit zo verschrikkelijk graag. Ik zing Bach al vanaf mijn elfde. De keren dat ik de evangelistenrol heb gezongen, kan ik niet meer tellen. Na al die jaren stijf als een plank in een smoking voor het publiek te hebben gestaan, vind ik het een bevrijding om nu heel mijn fysiek in te kunnen zetten om deze rol te spelen. Dit is een hoogtepunt in mijn carrière. Ik voel me innerlijk verrijkt. Nog nooit heb ik het verhaal zo beleefd. Het zal me grote moeite kosten om ooit nog weer aan een gewone passie mee te doen.” Het stuk is twee keer in Enschede te zien. Daarna volgt nog een tournee langs tien andere theaters in Nederland. Quirijn de Lange, die de rol van Jezus vervult, is niet bang voor negatieve reacties. „Ik merk wel een zekere spanning, ook bij collega’s. Maar aan de andere kant: mijn geloof in de kracht van deze uitvoering is groot.” Vooral de abstracte manier waarop het verhaal wordt verteld, spreekt hem aan. „Nee, ik word niet gekruisigd. Maar er gebeurt wel iets dat dezelfde lading heeft. Het mooie van dit stuk is dat het heel veel ruimte laat aan de verbeelding van het publiek. Veel meer dan in een concertuitvoering waar je als Jezus maar een paar woorden zingt en verder op je stoel zit, moet je in deze voorstelling aanwezig zijn. Deze Jezus staat de gehele tijd op het podium, moet herkenbaar zijn voor iedereen. Om dat geloofwaardig te doen, is voor mij de echte uitdaging van dit stuk.” |
|
|---|---|