|
28 september 2010 Telegraaf 28 september 2010 door Eddie Vetter Meeslepende Walküre in EnschedeNa het enorme succes van Das Rheingold vorig jaar, gooit de Nationale Reisopera opnieuw hoge ogen met Die Walküre, de tweede aflevering van Wagners vierdelige Ring des Nibelungen. Na vijf uur en een kwartier klom het publiek in de Enschedese Schouwburg zowat op de stoelen van enthousiasme. De productie van Antony McDonald is van een ontwapenende onbevangenheid. Hij vertelt het verhaal helder en onopgesmukt zonder het statische karakter van het muziekdrama geweld aan te doen en zonder zich als regisseur op de voorgrond te dringen. De goudeerlijke, naïeve benadering gaat gepaard met gefiguurzaagde decorstukken die ondanks de primitieve aanblik toch tot de verbeelding spreken. De hut van Hunding is een ouderwetse eetkeuken met in het midden de voorgeschreven essenstam waaruit Siegmund het mythische zwaard trekt. Als in de muziek de winter voor de lente wijkt, maakt de achterwand plaats voor een panorama van het woud. Het Walhalla van oppergod Wotan is een schamel kamertje, als in een Zwitserse 'bed and breakfast', maar wel met uitzicht op besneeuwde bergtoppen. De rots van de Walküren is verrijkt met acht schermende heren op het toneel en woest galopperende paarden op het achterdoek. Mythisch De enscenering is misschien wat nuchter en kleinschalig voor de mythische proporties die in het geding zijn, maar dat gemis wordt ruimschoots gecompenseerd door de overweldigende uitvoering van de muziek. Het Gelders Qrkest speelt zeldzaam meeslepend onder de gedreven leiding van Ed Spanjaard. Wat een rijkdom aan kleuren heeft dit orkest als er een meesterlijke dirigent voor staat! Frasering, balans, dynamiek: alles is tot in de puntjes uitgekiend, terwijl de scherpzinnige analyse in dienst blijft van een zinderende en opwindende expressie. Daarbij steunt en stimuleert Spanjaard de zangers op voorbeeldige wijze. Er is veel aandacht besteed aan de verstaanbaarheid. Grote, hoogdramatische stemmen ontbreken, maar de cast mag er toch wezen. Judith Nemeth (Brünnhilde) heeft boven op haar mezzosopraan als het ware een penthouse gebouwd, waarin ze zich aanvankelijk nog niet geheel thuis lijkt te voelen getuige enkele minder zuivere intonaties, maar in de lange laatste scène tussen de besneeuwde bergtoppen vormt ze een ontroerend paar met Harry Peeters, die vooral de menselijke kant van Wotan sterk belicht, schijnbaar eenvoudig, maar buitengewoon doeltreffend. Een andere verrassing is de Limburgse sopraan Kely God als een lichte en fraaie Sieglinde, terwijl naast haar de tenor Michael Weinius (Siegmund) weliswaar de kracht mist voor een verpletterend Nothung!, maar het gebrek aan dramatiek vergoedt met een indringende lyriek. Anne-Marie Owens is een expressieve Fricka aan beide zij den van een imposante stembreuk en de acht Walküren laten spectaculair horen wat de woeste paarden achter hen laten zien. Al met al is deze Walküre opnieuw een geweldige prestatie van de Nationale Reisopera |
|
|---|---|