|
24 november 2008 Volkskrant 24 november 2008 door Frits van der Waa Het China van Jeths klinkt naar Stravinsky en de VlooienmarsGrote theatrale rijkdom Vocale lijn wat uniform Met ontploffend vuurwerk moet je oppassen in Enschede, dus vrijdagavond om kwart over zeven klonken precies twee ferme knallen, en niet meer, als saluut voor de officiële opening van het Nationaal Muziekkwartier. De vele honderden genodigden in de foyer ontging hoe twee dansers, hangend aan touwen op de zijwand van het gebouw een pas de deux uitvoerden, die de verticale muur veranderde in een horizontale dansvloer. De bezoekers kregen hun eigen versie van abseildans te zien, toen zes bewegingskunstenaars op de muziek van Steve Reichs Six Pianos neergetakeld werden, tot bijna op schoot bij koningin Beatrix, waarbij een oplichtend estafettestokje werd doorgegeven, dat ten slotte miraculeus van functie veranderde toen het in de handen belandde van dirigent Ed Spanjaard. Vervolgens ontvouwde zich Hôtel de Pékin, een grootse productie waarmee de Nationale Reisopera zich profileert als eerste bespeler van de nieuwe zaal. Die wordt door de architect omschreven als 'schelpvormig', maar wekt op de bezoeker eerder de indruk van een grote homp gatenkaas, van binnenuit bezien. De gaten komen de akoestiek ten goede, evenals het hoge plafond, dat de orkestklank veel ruimte biedt Die klank, hier voortgebracht door het Orkest van het Oosten, heeft in Hôtel de Pékin een dragende functie, naast die van negen zangers en het koor van de Nationale Reisopera. Dreams for a Dragon Queen, luidt de ondertitel die componist Willem Jeths en librettist Friso Haverkamp hun muziekdrama hebben meegegeven. Die vlag dekt de lading. Hoewel de opera de geschiedenis van Cixi, de laatste keizerin van China, heet te behandelen, belandt de toeschouwer alras in een typisch Haverkamps universum -een soort woordenwereld waarin historische of verzonnen figuren uitgroeien tot mythische proporties, eerder gedreven door rituele dadendrang dan door geprofileerde psychologische motieven. Ook hier heeft alles weer met alles te maken. De achttien droomscènes blijken kruispunten, waar een Liebestot en een afdaling in de Hades elkaar even vanzelfsprekend treffen als een hilarische veiling in de trant van Stravinsky's Rake's Progress of het secretaressentrio uit Adams' Nixon in China. Het is een klankkosmos waarin Jeths zijn basisidioom van priemende secundes en overmatige kwarten doorspekt met doorzichtige, soms dolzinnige chinoiserieën. De contrasten zijn afgrondelijk en reiken tot pastiches van brokstukken uit de Vlooienmars. De vocale lijnen zijn daarbij wat uniform. Sopraan Marie Angel overtuigt in de zware rol van Cixi, maar haar karakter ontbeert de scherpe kantjes die je wel aantreft bij haar vertrouweling Anzi (Iestyn Morris), haar zoon Quangxu (Matthijs van de Woerd) en rivale Sumaire (Zhang Huiyong). De meest groteske rol is weggelegd voor tenor Robert Burt als 'Drag Queen' Victoria. Met regisseur Amir Hosseinpour en ontwerpers Huntley Muir heeft de Reisopera een sterrenteam in huis dat de toverkracht van illusie kunst kent, en de toeschouwer van de ene verbazing in de andere laat vallen. Met projecties, met beeldanimaties, een reuzencomputer, een waarzeggend helikoptertje, een hoepelrok die verandert in een kooi met vliegende vogels - en het vloeit allemaal logisch en rechtstreeks uit het libretto zelf voort. Samen met de felle, strak gechoreografeerde dans en mime van zes elastieken dames uit Nanjing leidt het tot een theatrale rijkdom die zelfs in dit illustere nieuwe Muziekkwartier niet snel zijn evenknie zal vinden. |
|
|---|---|