twitter hyves facebook
  Language
  in English
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
Trouw Recensie Hôtel de Pékin
 
- +

24 november 2008

Cixi is geen Turandot

Trouw 24 november 2008

door Peter van der Lint

Met Hôtel de Pékin opende vrijdagavond het Nationaal Muziekkwartier

in Enschede. Willem Jeths is vooralsnog geen echte operacomponist.

Of componist Willem Jeths en librettist Friso Haverkamp er veel

nieuwe fans hebben bij gekregen na de wereldpremière van hun opera

Hôtel de Pékin? Ik weet het niet. Met hun doorwrochte en taaie stuk

muziektheater - met welwillend maar zeker geen overdonderend

applaus onthaald - werd de grote zaal van het Nationaal

Muziekkwartier in Enschede vrijdagavond officieel ingewijd.

Die feestelijke opening vond plaats in aanwezigheid van vele

excellenties en andere mensen die er in de (cultuur)wereld toe doen.

Enschede had zich voor deze belangrijke avond mooi opgedoft en

uitgedost, de champagne vloeide rijkelijk, er waren ingenieuze hapjes

en koningin Beatrix maakte er door haar aanwezigheid een royale

avond van.

Enschede (Nederland) heeft er een prachtige zaal bij, uitermate

geschikt voor het ingewikkelder soort muziektheater dat bijvoorbeeld

De Nationale Reisopera wil programmeren. Onder hun vlag ging de

opera van Jeths en Haverkamp in première. Maar niet voordat het

theater op ludieke en symbolische wijze in gebruik werd genomen.

Daartoe daalden uit de nok van het hoge theater zes dansers van

danscompagnie inSenso, begeleid door zes pianisten, langzaam aan

touwen naar beneden. Een van de dansers zweefde langs de koningin op

het frontbalkon. Die stond op en overhandigde het bungelende meisje een lichtgevend dirigeerstokje. Toen zij op een vrijgehouden roodpluchen zetel in de zaal was neergedaald, gaf zij het stokje in estafette door totdat het diligent Ed Spanjaard in de grootste orkestbak van Nederland bereikte. De muziek kon beginnen.

En die begon met een grote, droge klap. Drama met een uitroepteken

stond ons te wachten, zoveel was duidelijk. De opera van Jeths en Haverkamp, die als ondertitel 'Dreams for a Dragon Queen' heeft, gaat

over de laatste Chinese keizerin Cixi (overleden in 1908) en wil een

soort eerherstel zijn voor iemand die tot voor kort in Chinese

lesboeken omschreven werd als 'een meesterbrein van pure

kwaadaardigheid en intrige'. De koningin op het frontbalkon werd dus

geconfronteerd met een soort van verre collega, en kreeg bovendien

koningin Victoria in Union Jack-lingerie voor de kiezen. Een dragon

queen en een drag queen dus, want Victoria was hier een travestiet.

Niet zomaar een gril van de makers, maar gebaseerd op een historisch

feitje, omdat er in het Hôtel de Pékin – een westerse poel van verderf in het Peking van rond 1900 - inderdaad vroeger een man koningin Victoria parodieerde.

De strijd tussen Oost en West werd hier verklankt, en ook die tussen

de eerste keizer Qin (die van de Chinese Muur en het

terracotta-leger) en Cixi, die het keizerrijk wil opheffen om China

te moderniseren. Cixi en Qin sterven uiteindelijk een Liebestod waarna

de Zingende Archieven met behulp van hoopvolle prikjes uit Beethovens

Negende symfonie een nieuw China aankondigen.

Ingewikkeld? Zeker. Deze zin 'siert' het programmaboek: 'In diepste

wezen (...) wordt in Hôtel de Pékin een innerlijk proces

gearticuleerd en zijn alle personen - onverschillig of ze nu wel of

niet als historische realiteit dienen te worden beschouwd - ook

personificaties van archetypen en andere kenmerken van de menselijke

psyche die om oplossing en tenslotte omzetting vragen met als enig

oogmerk: heelwording.'

Tsja. Dat is wat anders dan wat Puccini, werkend aan zijn laatste

Opera over de Chinese ijsprinses Turandot, aan zijn librettist schreef:

'Liu moet sterven'. Kort, bondig, duidelijk. In Puccini's visie op de vertelling, het drama, moest de kleine slavin zich opofferen om de ontdooiing van Turandot mede te bewerkstelligen.

En zo gebeurde het, zonder omhalen of omtrekkende bewegingen.

Natuurlijk zijn er over Liu's opoffering en de bevroren seksualiteit

van Turandot (net als Cixi refererend aan een verre voorgangster)

naderhand boeken volgeschreven; boeken waarin de lezer met bakken de

psychologiserende uitleg over zich uitgestort krijgt. Maar de nadruk

ligt hierbij op 'naderhand', en niet gedurende de opera zelf.

Daaraan gaat Hôtel de Pékin in wezen mank, zoals zo veel

hedendaagse opera's bezwijken onder een tekstboek dat geen

vertelling wil zijn, maar meer een ideeëndrama. Er is te veel

hoogzwangere tekst, te veel gepsychologiseer, te veel gezwollen

zinnen en gedachten. En in eerste instantie lijkt het erop alsof

componist Jeths al die zinnen wil pareren met al even gelaagde

muziek. Na een kwartier ben je al zo murw gebeukt door woorden en noten, dat je met angst en beven de volgende kwartieren tegemoet gaat.

Maar! Jeths is een fantastisch componist, die de kunst van het

orkestreren meesterlijk verstaat en ook weet hoe hij drama in muziek

om kan zetten. Of deze bewezen symfonische meester daarmee ook een

echte opera-componist is, zal de toekomst moeten uitwijzen. Jeths

speelt in elk geval geweldig leentjebuur bij operacollega's Wagner,

Richard Strauss en Bartok, en hij gaat verder dan het louter citeren

en het in zijn partituur ingenieus incorporeren van hun muziek. Het

naast elkaar plaatsen van twee tonen (b en c) voor Cixi en Qin leerde

hij ook al van Strauss, die in zijn Salome de toonsoort B-groot

voor Salome en C-groot voor Johannes de Doper gebruikte; symbool voor

hun onverenigbaarheid.

Een en ander wordt magistraal gespeeld door het Orkest van het

Oos-ten, dat door Spanjaard tot in de puntjes is voorbereid.

Regisseur Amir Hosseinpour ging inventief te werk en maakte mooi

gebruik van de nieuwe mogelijkheden van het theater. Prachtig was een walsend helikoptertje (het personage 162) dat vanuit de coulissen bestuurd

werd; het ging draaiend, stijgend en vliegend een dialoog aan met

Cixi's zoon Guangxu. Deze verliest zich in moderne technologieën en

'huist' op een enorm toetsenbord.

Schitterend is ook de vlucht witte vogels die op het achterdoek

opstijgen, om even later als zwarte vogels terug te keren.

Jammer is wel dat Marie Angel vrijdag nogal moeite had met haar rol

van Cixi, waardoor zij niet tot de vocale magneet van de avond

uitgroeide. Mooi zongen Mattijs van de Woerd (Guangxu), Dennis

Wilgenhof (Qin) en Zhang Huiyong (Sumaire). Iestyn Morris (Anzi) en

Robert Burt (Queen of England) bleken heerlijke speelzangers.

Er is duidelijk hard en met enthousiasme aan deze nieuwe opera

gewerkt, maar vooralsnog neemt Jeths' Cixi niet plaats naast haar

talrijke archetypische zusters uit het operaverleden. Cixi is geen

Turandot om het maar eens zo te zeggen.