twitter hyves facebook
  Language
  in English
Der Ring des Nibelungen Muziekkwartier
Parool Recensie Hôtel de Pékin
 
- +

24 november 2008

Te veel drama, te cryptisch

Parool

24 november 2008

door Erik Voermans

Het oosten van Nederland heeft er met het gloednieuwe Nationaal

Muziekkwartier in Enschede een fraai 'multifunctioneel muziek- en

theatergebouw' bij. Het werd ontworpen door architect Jan Hoogstad en

biedt onderdak aan zes culturele instellingen, waaronder de

Muziekschool Twente (7500 leerlingen), het Artez Conservatorium (350

studenten) en de Nationale Reisopera, die hiermee voorgoed voor

Enschede behouden blijft. De hoofdzaal met 1001 zitplaatsen geeft de

Reisopera vanaf nu een chique thuisbasis. Daarnaast zijn er twee

popzalen, met 700 en 300 plaatsen, en kantoren, oefenruimtes en

studio's. Het ziet er allemaal prachtig uit, en dat voor stichtingskosten van minder dan vijftig miljoen euro.

Vrijdag werd het Nationaal Muziekkwartier officieel geopend door

koningin Beatrix, wier entree over de rode loper op een bühnebreed

videoscherm in de zaal was te volgen. In het gezelschap van

burgemeester, wethouders, ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders zag de koningin zes dansers van in-Senso in slowmotion aan touwen vanaf de nok van de zaal neerdalen, terwijl zes pianisten met Steve Reichs Six pianos voor een geluidsdecor zorgden. Hare majesteit reikte de centrale danser vanaf het balkon een lichtgevend stokje aan, dat uiteindelijk in de orkestbak terecht kwam bij dirigent Ed Spanjaard, die niet lang daarna het Orkest van het Oosten de geselende openingstonen van Willem Jeths' opera Hôtel de Pékin liet inzetten.

Met Hôtel de Pékin zet de Nationale Reisopera een traditie voort: een

nieuwe Nederlandse opera als openingsvoorstelling van een nieuw

theater. Eerder gebeurde dat met Huub Kerstens' Creon in het Rabotheater te Hengelo. Maar die traditie heeft ook een schaduwzijde, want de opera van Nederlandse makelij is, zoals bekend, een problematisch genre. Een reusachtig kerkhof van gemankeerde stukken. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: Hôtel de Pékin is daarop helaas geen uitzondering.

Willem Jeths had goede papieren, dat wel. De orkestwerken die hij als

'voorstudies' voor de opera had gemaakt (Seanchai, Ombre Cinesi, het

klarinetconcert Yellow Darkness) waren van zeer hoge kwaliteit, maar

in een operatheater gelden andere wetten, al was het alleen maar

omdat daarin ook teksten moet worden gezongen.

De teksten die Friso Haverkamp voor Hôtel de Pékin schreef, zijn

prachtig, poëtisch en evocatief, maar ook - dodelijk voor een opera -

cryptisch en over-dramatisch. Jeths, de meester van abstracte

klanksferen, maar vooralsnog minder vaardig in het bedenken van een

pakkende melodielijn, zou met meer concreetheid zijn gebaat. Nu

stuift het stuk als fijn zand tussen de vingers van de handen weg. En regisseur Amir Hosseinpour is ook al in het geheel niet behulpzaam.

In achttien doorlopende scènes schetst Haverkamp het leven en de

idealen van de in China omstreden keizerin Cixi. De opera eindigt met

een klassieke liefdesdood, hier een jammerlijk ondramatische losse

flodder.

Misschien wordt het tijd voor een wet die het Nederlandse

componisten verbiedt opera's te schrijven?