|
06 februari 2012
Twentsche Courant Tubantia Aida van Verdi in De Grolsch Veste en een opera met popcentrum Atak: de Nationale Reisopera slaat, noodgedwongen, per 1 januari 2013 nieuwe wegen in. De presentatie van de plannen was gisteren. De stemming is enigszins gelaten, de opkomst toch nog hoog. De kantine aan de Perikweg zit vol als Nicolas Mansfield, de beoogde directeur van de Reisopera nieuwe stijl, het woord neemt en praat over de toekomst die er voor de meeste mensen in de zaal niet zal zijn. „Tachtig collega’s verliezen hun baan: dat is en blijft een ongelofelijk trieste zaak.” Mansfield,voortgekomen uit de Reisopera zelf, staat binnen het gezelschap voor de toekomst. Maandenlang werkte hij in alle stilte aan een beleidsplan dat deze week bij het ministerie van OCW moest worden ingediend. Staatssecretaris Zijlstra, geadviseerd door de Raad voor Cultuur, spreekt zich er in de derde week van mei over uit. De beslissing valt op Prinsjesdag. „De enige zekerheid is dat we nog van niks zeker zijn. Zelfs niet van de 3,5 miljoen die ons na de bezuinigingen nog resteren”, aldus Mansfield. Natuurlijk, zegt hij,heeft hij overwogen om voor zijn nieuwe functie te bedanken. „Er is zoveel teleurstelling en boosheid. Toen ik benoemd werd, was er nog niets aan de hand. Nu zijn we 60 procent van onze subsidie kwijt. Mij is een voetbalveld van mogelijkheden beloofd. Wat er straks, na 1januari, overblijft voelt als een spelletje tafelvoetbal waarvan ik de ballen nog moet zien te vinden. ” Over voetbalveld gesproken:hier ligt tevens een van de grote, nieuwe ambities van het kleine operabedrijf dat straks onder de oude naam Reisopera (‘een sterk merk’) door zal gaan. In mei 2014, als uitsmijter van het eerste volwaardige seizoen, vindt op het veld van De Grolsch Veste in Enschede een grootschalige uitvoering plaats van de Aida van Verdi. Drie keer maar liefst hoopt Mansfield het stadion vol te krijgen. Eén uitvoering is bestemd voor schoolgaande kinderen. Voor de financiering wordt een aparte stichting opgericht. „Dit wordt een project voor de hele provincie, voor alle mensen. Opera is voor de hele samenleving: dat wil ik op deze manier duidelijk maken. Als ik in een stad als Leeds uit het station kom, is een affiche van de plaatselijke opera het eerste wat ik zie. Datzelfde gevoel, dat deze opera er is voor alle mensen, wil ik ook hier zien te bereiken. ” De Twentse Aida wordt exclusief in Enschede uitgevoerd en komt bovenop de vier reisvoorstellingen die het gezelschap in het eerste seizoen op de planken brengt. Het gaat daarbij om uitvoeringen van Tristan en Isolde van Richard Wagner, de Barbier van Sevilla van Rossini, de Johannes Passion en de musical Sweeney Todd. Rondom een aantal voorstellingen komen in Enschede en andere steden uitvoerige randprogramma’s. Ook wordt een deel van de repetities openbaar. Na een provisorische doorstart in de tweede helft van het volgend seizoen wordt het seizoen 2013-2014 het eerste echte visitekaartje van de nieuwe directeur. De nieuwe Reisopera wordt een kleine productiekern met tien medewerkers (9 fte’s). Een kleine club maar, haast Mansfield zich te zeggen, zeker geen ‘doodgeboren kind’. Integendeel, hij ziet volop kansen en barst van de ambities. „Het klinkt paradoxaal, maar toch is dat het geval. Waarom? Omdat ik geloof in cultuur, in de waarde vancultuur. Cultuur is een grondrecht, de bundeling van alle liefde en creativiteit waardoor mensen in de loop van de geschiedenis zijn geïnspireerd. Dat moet doorgaan, ook al hebben we de wind zo tegen. ” Het beperkte budget dwong hem tot voortdurend passen en meten, slim programmeren, veel inventiviteit en, vooral ook, samenwerking. Het nieuwe gezelschap gaat intensief samenwerken met een lokale, provinciale, nationale en zelfs internationale partner: jeugdtheater Sonnevanck in Enschede, poppodium Atak (een opera geschreven in het ‘Klingonaase’, een Klingontaal uit het Star Trek-universum) , het Kameroperahuis Zwolle, de Veenfabriek in Leiden, theatergroep Het Geluid uit Maastricht (docu-opera’s gebaseerd op een actueel thema) en de Opera van Dorset in Engeland. Ook is Mansfield in gesprek met de andere operagezelschappen in Nederland, Opera Zuid en de Nederlandse Opera, over vormen van samenwerking. „Elke productie is anders. Koor, technische mensen, ontwerpers: alles kopen we per keer in. Oud-medewerkers kunnen op die manier toch weer aan bod komen. Maar garanties zijn er niet.” Mansfield koestert de band met Enschede. Elke nieuwe voorstelling zal twee keer te zien zijn in het Wilminktheater. Ook elders in het land is dat het geval, althans bij die ene voorstelling per jaar die de Reisopera nieuwe stijl beschouwt als haar kroonjuweel. „Elk seizoen hebben we een productie die er echt uitspringt, waarbij we echt hoog inzetten op kwaliteit. In dit geval spelen we in minder steden, maar wel twee keer in dezelfde stad. Overal waar we komen, willen we ook geworteld raken. ” Ondanks de hoge ambities is er ook de schaduwkant. Dat bleek ook gisteren. Na Mansfields toespraak hing er een geladen stilte in de zaal. „Het grootste deel van de mensen hier moet weg”, zegt koorlid Elisabeth Oets (54). „Dat is gewoon de realiteit. Ik heb ook echt nagedacht over de vraag of ik hier wel naartoe moest gaan.” Teleurgesteld is ze ook. „Niet dat dit verhaal niet goed is, integendeel. Maar ik hoor nu dingen die ik al veel eerder had willen horen. Eigenlijk maakt dit plan de pijn alleen nog maar groter.” |
|
|---|---|